Vliegveld Ockenburg
4-22 Depot Bataljon

De Depots hadden als eerste taak het opleiden van dienstplichtigen tot een geoefend militair en de beste van hen tot een korporaal en een sergeant, als ook het opleiden van specialisten. Daarnaast waren zij ook het doorgangshuis voor personeel van het veldleger en dergelijke, dat tijdelijk ongeschikt was voor de dienst ter velde. De voor het overgrote deel uit rekruten bestaande depottroepen waren op dat moment nog geen gevechtstroepen. Voorgenomen was Depots bij een aanval aan een zijde van het land over te gaan brengen naar onbedreigde provincieen. De organisatie van de depottroepen was anders dan in 1914. Toen correspondeerden de 11 depots met de 11 infanteriebrigades. Toen waren de 3 Depot Bataljons per divisie verenigd tot een Infanterie Depot, met een eigen commandant. De 8 Infanterie Depots stonden onder het rechtstreeks bevel van de Inspecteur der Infanterie van wie alle bevelen en de richtlijnen voor de opleiding, de legering en dergelijke uitgingen. In de eerste dagen van de voormobilisatie gaf de organisatie van de  Depots aanleiding tot enige wrijving tussen de Depot Commandant en de commandanten van de Depot Bataljons, die pretendeerden „zelfstandig" te zijn. Het bevel van de Depot Commanandant, de bevelsverhouding bij het Depot was gelijk aan die bij een regiment Infanterie maakte daaraan een einde en de Inspecteur der Infanterie gaf een gelijkluidend bevel uit voor alle Depots, waardoor de verhouding tussen de Depot Commandant en de commandanten van de Depot Bataljons was vastgesteld. Het Depot Bataljon was dus het opleidingscentrum voor ieder van de eerste 22 Regimenten Infanterie en ook de Regimenten Jagers en Grenadiers (enkel de lage nummering). De Depotstaf van het Depot Bataljon was gelijk aan die bij een Infanterie bataljon. De Depotstaf bestond hierbij uit een kolonel of luitenant-kolonel commandant (aanvankelijk ook wel een majoor), een kapitein- of luitenant-adjudant, een luitenant voor speciale diensten, een gasofficier, een adjudant-onderofficier administrateur en aantal schrijvers. Ieder Depot Bataljon had een staf en 7 compagnieen, waarvan 4 tirailleur-compagnieen, 2 specialisten-compagnieen en een subsistentencompagnie.

Op 3 mei 1940 werd door de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht (O.L.Z.) de oprichting bevolen van de Depotcompagnies Bewakingstroepen. Deze regeling zou op 13 mei 1940 ingaan en werd op bevel van de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht een "verscherpte bewaking binnenland" werd ingesteld. Hiervoor werden een aantal Depotcompagnieen Bewakingstroepen geformeerd, welke bestonden uit in 3 maanden in dienst zijnde dienstplichtige militairen. Deze dienstplichtige militairen waren voornamelijk van de lichting februari 1940 met een gemiddelde leeftijd van 19 jaar. De Depotcompagnieen werden ingezet voor de bewaking van een aantal telefooncentrales, radiostations (Hilversum, Huizen, Jaarsveld, Noordwijk, Scheveningen en IJmuiden), een aantal tijdelijk versperde vliegvelden (Buiksloot, Bussum, Huizen en Wieringermeer), een aantal vliegvelden (Noordwijk, Vogelenzang en De Zilk) zodra deze gereed waren en ten slotte de stads- en kringbewaking in Den Haag. Militairen van de Depotcompagnieen moesten ook ingezet worden voor het afslaan van aanvallen van parachutisten, het beletten van landingen van vliegtuigen met militairen op het strand, de bewaking van spoorwegstations en etappendiensten. De compagnieen moesten ongeveer van organieke samenstelling zijn, voorzien van 8 lichte mitrailleurs, terwijl bij iedere compagnie 1 sectie zware mitrailleurs moest worden ingedeeld. Het grootste deel van deze compagnieen werden onder het bevel gesteld van de Commandant Vesting Holland. Een andere opdracht was de bewaking van het hulpvliegveld Ockenburg over te nemen van de Commandant 1e Legerkorps. Op 7 mei 1940 werd de "verscherpte bewaking binnenland" bevolen. Dit betekende, dat al 6 dagen eerder dan was bepaald, de Depotcompagnieën Bewakingstroepen moesten worden geformeerd en hun taak moest aanvangen. Het gevolg hiervan was dat het 22e Depot Compagnie Bewakingstroepen, onder het bevel van de reserve-kapitein der Infanterie Mr. Pieter Jacobus Adrianus Boot, rond 19:00 uur het bevel zich voor het vertrek gereed te maken, naar het hulpvliegveld Ockenburg te gaan, de zich daar 2 secties zware mitrailleurs van het Regiment Grenadiers af te lossen en daarna de bewaking van het hulpvliegveld op zich te nemen. 

Het 22e Depotcompagnie Bewakingstroepen was geformeerd uit 4-22 Depot Bataljon. De organisatie kwam niet geheel overeen met de brief van de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht, want in totaal waren er bij de compagnie maar 6 lichte mitrailleurs ingedeeld, waarvan 2 later bij een sectie in Wassenaar. Zware mitrailleurs waren niet ingedeeld. Bij de eenheid werden rekruten opgeleid voor het 22e Regiment Infanterie. Het 22e Regiment Infanterie werd op 1 april 1913 gevormd uit het 1e en het 2e bataljon van het I en II bataljon van het 11e Regiment het 22e Regiment Infanterie gevormd en werd gevestigd in de Johan Willem Friso kazerne in Ede. In het bevel van de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht van 3 mei 1940 wordt gemeld dat er, met de goedkeuring van de Minister van Defensie, in periodes van spanning en bij agressie van 13 mei 1940 tot 1 september 1940, uit personeel van de Depots Infanterie, dat 3 maanden onder de wapenen was, Depotcompagnie Bewakingstroepen zouden worden gevormd voor het uitvoeren van verschillende bewakingsdiensten. Het 22e Depot Bataljon was sinds het begin van de mobilisatie in de Morspoortkazerne in Leiden gelegerd en stond onder het bevel van de reserve-majoor Herman Mulder, de commandant van het 22e Regiment Infanterie. Zoals elders op deze website vermeld werd het 4-22 Depot Bataljon als het 22e Depotcompagnie Bewakingstroepen op 7 mei 1940 naar het hulpvliegveld Ockenburg gestuurd. Laat in de avond van 7 mei 1940 werd, na een afmars naar het station in Leiden, richting Den Haag vertrokken waarbij bekend werd gemaakt dat Ockenburg de bestemming was. Eenmaal in Den Haag aangekomen op het station Den Haag Hollands Spoor werd er gerust en in de tussentijd werd door de compagniescommandant een aantal bussen van de Westlansche Stroomtramweg Maatschappij gevorderd voor het verdere vervoer naar Ockenburg. Na eerst verkeerd gereden te zijn (het landgoed Ockenburg) werd het vliegveld op 8 mei 1940 rond 01:00 uur bereikt. De commandant ontving later het bevel voor de "verscherpte bewaking binnenland". Het bevel hield onder andere in dat na het ontvangst van het "verscherpte bewaking binnenland in stellen" tot het bevel "normale bewaking binnenland instellen" het 22e Depotcompagnie Bewakingstroepen (minus een sectie) onder de bevelen van de commandant Groep 's-Gravenhage was gesteld en het vliegveld Ockenburg met 3 secties te bezetten en te beletten dat buitenlandse vliegtuigen daar landen, dan wel, na geland te zijn zich ontwikkelen en uitbreiden. Verder hield het bevel in dat een sectie van het 22e Depotcompagnie Bewakingstroepen op 9 mei 1940 naar de telefooncentrale "De Kievit" in Wassenaar moest gaan en zich om 10:00 uur daar moesten melden. Op het vliegveld werden 2 posten uitgezet, namelijk een post bij de poort (de ingang van het vliegveld) en een post aan de Kijkduinsestraat met de weg naar het vliegveld. Een sectie was op wacht met de officierspiket. Later op de dag was er een bespreking over de algemene toestand, de herhaalde besprekingen met de sectie-commandanten en was er geregeld bezoek van de luitenant-kolonel Tede Beets van de groep 's-Gravenhage. Een sectie, gevormd uit een samenvoeging van een aantal militairen van alle secties, gingen onder leiding van de vaandrig Daniel Nicolaas van Wijk naar Wassenaar om daar de telefooncentrale te gaan bewaken. De gehele compagnie was op het vliegveld gelegerd, waarbij van zonsondergang tot na zonsopgang een sectie op wacht en een sectie op piket was. De derde sectie had dan rust. Van 03:00 uur tot een uur na zonsopgang was de gehele compagnie in de bevolen opstelling en was gedurende alle nachten zo, zodat van een overvalling tijdens de slaap of verrassing van het 4-22 Depot Bataljon tijdens de nacht van 9 mei 1940 op 10 mei 1940 geen sprake was. Na de landing van 7 Nederlandse vliegtuigen werd bovendien een dubbelpatrouille langs de vliegtuigen ingesteld. Op 9 mei 1940 werd bekend dat met ingang van 10 mei 1940 de compagnie zelf voor zijn verzorging moest zorgen, waarvoor kookketels op het vliegveld aanwezig waren. Tegen het invallen van de duisternis kwam iedere avond een zoeklicht met manschappen voor de bediening op het vliegveld, terwijl ook personeel van de Luchtwachtdienst aanwezig was. Ook was een munitiedepot met personeel aanwezig. Die dag werd ook bekend dat na 18:00 uur personeel, dat vrij van dienst was, van een beperkte bewegingsvrijheid kon genieten (een gebied wat werd begrensd door de Laan van Meerdervoort - Loosduinen) voor het doen van inkopen. In de middag van 9 mei 1940 verkende de compagniescommandant met de luitenant Dirk van der Sluijs en de vaandrig Andries Gritter de opstellingen die hij zich in een geval van een vijandelijke aanval dacht en waarbij 3 secties naast elkaar zouden worden opgesteld langs de rand van het vliegveld, voor en tussen de loodsen aan de zuidoostzijde van het vliegveld. Van der Sluijs trof voor zijn sectie nog een aantal voorbereidingen om de volgende dag te kunnen beginnen met het maken van gevechtsdekkingen. Voor de nacht van 9 mei 1940 op 10 mei 1940 was de sectie van de luitenant Frederik Rodermond op wacht, had de sectie van de luitenant Van der Sluijs piket en had de sectie van vaandrig Gritter rust. Nadat de reserve-kapitein der Infanterie Mr. Pieter Jacobus Adrianus Boot was gesneuveld, werd de kapitein der Infanterie Johannes Gerardus de Molenaar als de commandant van het 4-22 Depot Bataljon aangesteld. Op 15 juli 1940 vond de formele opheffing en de ontbinding van het Nederlandse leger plaats, waarmee er een definitief einde kwam aan het bestaan van zowel het 4-22 Depot Bataljon (het 22e Depotcompagnie Bewakingstroepen) als het 22e Regiment Infanterie. De tradities van het 22e Regiment Infanterie, waartoe het 22e Depotcompagnie Bewakingstroepen dus behoorde, zijn overgenomen door het Regiment Limburgse Jagers.

This site was last modified on 14/06/2026 at 12:41. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2026