Landgoed Ockenburg

1930 - 1940

Op zaterdagavond 23 augustus 1930 bood de muziekvereniging Tot Aangename Verpozing En Nuttige Uitspanning (TAVENU) aan haar erevoorzitter, de heer Menten, op het landgoed een concert aan. Tot de bijwoning van dit concert waren onder andere de leden van de pluimveevereniging Loosduinen en Omstreken en van de voetbalvereniging De Postduiven, van welke verenigingen de heer Menten eveneens voorzitter was, uitgenodigd. Ook vonden in de jaren '30 regelmatig op het landgoed de jaarlijkse Openluchtsamenkomst van Vrijzinnig-Godsdienstigen in Zuid-Holland plaats. De laatste openluchtsamenkomst in 1934 werd door ruim 5000 personen bezocht. Naar aanleiding van het voorstel om het landgoed door de gemeente te laten aankopen werd door de directeur van de afdeling Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting, ingenieur Bakker Schut, voor de leden van de gemeenteraad en journalisten op vrijdagmiddag 31 juli 1931 een excursie naar het landgoed georganiseerd. Ruim 2 uur werd in alle denkbare richtingen over het landgoed gewandeld. Vervolgens besloot de gemeenteraad in de gemeenteraadsvergadering van 3 augustus 1931 tot de aankoop van het landgoed Ockenburg met bijbehorende gronden, het bos en dergelijke ter grootte van 34.26.28 hectare voor de prijs van 900,000 gulden of ongeveer 2,60 gulden per vierkante meter. Op hetzelfde landgoed was op 3 oktober 1931 een excursie van de Vereniging Handel, Nijverheid en Gemeentebelangen.

Onder zekere voorwaarden werd, bij wijze van proef, met ingang van 1 januari 1932 aan de leden van de Algemene Vereeniging voor Natuurbescherming voor 's-Gravenhage, toegang tot de terreinen van de Maatschappij Ockenburgh verleend. Dit gebeurde op vertoon van de lidmaatschapskaart met pasfoto's en handtekening van de houder. Het verwerven van een afzonderlijke toegangskaart werd sindsdien overbodig. Op 1 juni 1933, werd het Gemeentelijk Kampeerterrein Kijkduin, gelegen tussen Ockenburg en Kijkduin, geopend. In dezelfde maand werd aan de gemeenteraad verzocht om een groot stuk grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een autorenbaan . De 1e Artilleriebrigade, bestaande uit het 2e en het 6e Regiment Veldartillerie, respectievelijk uit Den Haag en Leiden, hield op 7 april 1936 een oefening op het landgoed voor Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana. Deze oefening was niet voor het publiek toegankelijk; het terrein op het landgoed was door de militaire politie afgezet.

Op woensdagmiddag 3 juni 1936 vonden op het landgoed demonstraties plaats met zweefvliegtuigmodellen. Tijdens de demonstraties was het  de bedoeling dat onder andere enige Bawaco-produkten hun luchtdoop ontvingen terwijl bij gunstig vliegweer ook enige schroefmodellen zouden worden gevlogen. De belangstellenden voor deze middag werden op de toegangsstraat naar het terrein vrij toegelaten. Het initiatief voor deze verrichtingen ging uit van de Stichting Haagsche Sport- en Speelterreinen", voorzitter Mr F.L. Kleijn. Een ongeveer 60 man sterke Stormbrigade van de Haagse politie bracht op 2 april 1937 een hulde aan haar instructeur en ondercommandant, inspecteur De Willigen. Deze hulde werd gebracht ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum. In de middag van 26 mei 1938 werd vanwege het Haags Centraal Drankweer Comite op het landgoed een grote meeting gehouden. Vooraf maakten de deelnemende verenigingen en organisaties met banieren en vlaggen en met de medewerking van een tweetal muziekverenigingen een optocht door Loosduinen. Op het landgoed was de belangstelling zeer groot. De voorzitter van het Haags Centraal Drankweer Comite, de heer Martinus, hield een openingsrede, verder werd er nog een kort woord gesproken door de heer Zwart. Behalve de beide muziekkorpsen werd medewerking verleend door het Rotterdamse Kinderkoor. Door de Jeugdorganisaties werd een openluchtspel opgevoerd.

Op zondag 15 augustus 1937 werden op Ockenburg diverse proeven van wichelroedelopers genomen, waarvan de opgaven verband hielden met de vanwege de gemeente Den Haag reeds vastgestelde gegevens. Een tiental roedelopers had op dit terrein geexperimenteerd en verschillenden van hen hadden op de vastgestelde plaatsen de aanwezigheid van leemresten kunnen aangeven. De voorzitter van van de Nederlandse vereniging tot bestudering van het wichelroedevraagstuk verklaarde zich tevreden over het bereikte resultaat, geziende moeilijke opgave.

In een klein bijgebouw op het landgoed vond op 1 april 1939 een proefneming plaats van materiaal dat van een bijzondere samenstelling was vervaardigd en bestand was tegen de hoge temperaturen welke onstaan was door brandbommen. Op het terrein waren onder meer aanwezig de Haagse wethouder van Openbare Werken en Bedrijven en de Gemeentesecretaris. In de ochtend van 2 december 1939 vond op een drietal plaatsen in Den Haag de beediging van jonge officieren plaats. Om 10:30 had de plechtigheid op Ockenburg plaats, waar een vijftal officieren van de veldartillerie werden beedigd. Het waren de kornets Maanen, Bongaerts, Fortuyn, Van Rossum en De Vroom, die een eed aflegden in handen van de regimentscommandant, luitenant-kolonel Lucardie. Bij deze plechtigheid gaf van zijn belangstelling blijk de commandant  van de Eerste Divisie, kolonel Bischoff van Heemskerck, die de nieuw benoemde officieren persoonlijk gelukwenste. Na de beëdiging defileerden de troepen voor de regimentscommandant.

Vanwege een dreigende oorlog werd in 1939 met een onverzwakte kracht voortgegaan met het treffen van de maatregelen ter bescherming tegen vijandelijke luchtaanvallen. In Loosduinen werd nabij het politiebureau aan de Willem III Straat een schuilplaats gebouwd. Op diverse plaatsen in Den Haag werden stalen schuilhutten geplaatst ten behoeve van elke wijkpost waaronder het landgoed Ockenburg, een particuliere woning aan de Noordweg, het rioolgemaal in de Rembrandtstraat en de Loosduinse Groentenveiling aan de Houtweg. Ten behoeve van de Gemeentelijke Geneeskundigen en Gezondheidsdienst werden in de Wilhelminastraat stalen schuilhutten geplaatst. De stalen schuilschutten op het landgoed Ockenburg waren ten behoeve van het gemeentepersoneel dat, indien Nederland in een oorlog mocht worden betrokken, werkzaam was op het landgoed. Het aantal personen dat tegen het einde van oktober 1939 naar Ockenburg zou worden verplaatst was ongeveer 70. Hiervoor moesten 9 schuilplaatsen worden gebouwd. Bij deze eventuele dislocatie moest de villa Ockenburg worden ingericht ten behoeve van de burgemeester, de gemeentesecretaris en 2 secretarie-afdelingen.

This site was last modified on 30/11/2021 at 22:31. (c) Landgoed-Ockenburg 2010-2021