Landgoed Ockenburg

1945 - 1970

Na de oorlog werd Ockenburg tot verboden gebied verklaard. Dit had als reden dat er op het landgoed nog het nodige oorlogsmateriaal aanwezig was. Zo waren er bunkers gebouwd en lagen er nog landmijnen begraven waarbij men enige maanden bezig geweest met het ruimen hiervan. De eerste jaren na de bevrijding stonden ook in het teken van de wederopbouw van het landgoed en omgeving. In de zomer van 1945 werd door de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Loosduinen een provisorisch bevrijdingsmonument in het plantsoen tegenover het WSM-gebouw onthuld. In 1950 ontstonden er plannen voor het plaatsen van een bevrijdingsmonument in de Ockenburghstraat. Ter vervanging van de kwekerij "Wildhoef" aan de Daal en Bergselaan, welke door de Duitsers bij het graven van de tankgracht was vernield, werd in 1946 aan de Ockenburghstraat de kwekerij "Westduin" aangelegd. Om het opblazen van bunkers en andere zware verdedigingswerken mogelijk te maken, werd vanaf 1946 gestart met de opslag van springstoffen in een bunker van het voormalige bunkercomplex Widerstandsnest 2aH. De vergunning hiervoor werd verleend door het Hoogheemraad van Delfland en de gemeente Den Haag.

In de nacht van 21 op 22 oktober 1946 vond op de Monstersweg ter hoogte van de Paalberg een vreselijk ongeluk met een Britse militaire vrachtwagen plaats. Omstreeks 01:00 uur reed de Britse militaire vrachtwagen, waarvan de bestuurder vermoedelijk verblind werd door een tegenligger, in volle vaart tegen een boom. De 3 achter in de laadbak zittende Britse militairen werd uit de vrachtwagen geslingerd. Een van hen werd hierdoor op slag gedood en een raakte gewond raakte, terwijl de derde onvindbaar was. De bestuurder, afkomstig van het transito-kamp Hoek van Holland, bleef ongedeerd. Allen werden overgebracht naar Hoek van Holland. Om 07:00 in de ochtend werd in een nabijgelegen sloot het stoffelijk overschot van het derde slachtoffer gevonden. Hij had getracht zich nog door het water te slepen, maar was aan zijn verwondingen bezweken.

Bij het raadsbesluit van 22 december 1947 werd besloten tot de aanleg van een 3 meter brede rijweg op het landgoed als toegangsweg naar de voormalige tuinmanswoning, thans woning van de terreinbewaker. In samenwerking met verschillende organisaties op het gebied van vakantiebezigheid en het Haags Vacantie-Comité werden ook in 1949 vakantiekampen op het landgoed gehouden. Ook was het kampeerterrein van de Haagse Jeugd Actie (HAJA) hier tot de helft ingekrompen.

In 1951 werd op het landgoed de ondergrondse waterleiding gedeeltelijk vernieuwd en in de boswachterswoning werd er een zolderkamer bijgemaakt. Aan de ANWB werd op Ockenburg een terrein beschikbaar gesteld voor de opleiding van kampleiders; voor de jeugdverenigingen, ressorterende onder de Haagse Jeugd Actie werd onder andere op Ockenburg voor de kampeergelegenheid een terrein in gebruik gegeven. Voor de vijfde maal werd in Haja-verband enkele jeugdkampen op Ockenburg georganiseerd, waar ruim 630 jongelui in de leeftijd van 6 tot 14 jaar aan deelnamen; de Haags Vacantie-Comite en ook de Bonden voor Vacantiebezigheid verleenden hun medewerking. In hetzelfde jaar werd door de gemeente medewerking verleend bij de organisatie van jeugkampen op Ockenburg (te zamen met de Haagse Jeugd Actie) ten behoeve van de kinderen van de  Haagse en R.K. Bond Vacantiebezigheid voor Schoolkinderen. Naar schatting hadden circa 100.000 personen rechtstreeks van het vakantieprogramma in geprofiteerd. Ook in 1952 werd aan de ANWB werd op Ockenburg een terrein beschikbaar gesteld voor de opleiding van kampleiders; de  kampeergelegenheid voor de jeugdverenigingen, ressorterende onder de Haagse Jeugd Actie werd bevorderd door onder andere op Ockenburg terrein beschikbaar te stellen. Ook werden op Ockenburg de jeugdkampen georganiseerd. In dat jaar werden er 3 kampen georganiseerd, met ruime financiële steun van het Haags Vacantie-Comité en de Haagse Jeugd Actie. En mede dankzij de aanwezigheid van de jeugdherberg nam in dat jaar ook de belangstelling van het publiek voor het landgoed toe. In 1953 werd aan de ANWB op Ockenburg een terrein beschikbaar gesteld voor de opleiding van kampleiders; voor de jeugdverenigingen, ressorterende onder de Haagse Jeugd Actie werd bevorderd door onder andere Ockenburg weer terrein beschikbaar te stellen. In hetzelfde jaar werden vanwege de Haagse Jeugd Actie op Ockenburg geen vakantiekampen gehouden vanwege het niet beschikbaar zijn van een voldoende aantal leiders.

Georganiseerd door de plaatselijke commissie van het Nationaal Instituut "Steun Wettig Gezag" werden op zaterdagmiddag 3 oktober 1953 achter de boerderij Wijndaelerswoning aan de Kijkduinsestraat door het Oefenverband Loosduinen van de Nationale Reserve propaganda westrijden gehouden. Hierbij waren onder meer de groepscommandant D. van der Sluijs en de voorzitter van de plaatselijke commissie de heer J.A. Giezeman aanwezig. Onder de leiding van de majoor Van der Swan vertoonden de manschappen van het oefenverband hun vaardigheid in het schieten, camouflage, handgranaatwerpen en in een veldloop met hindernissen. Er werd ijverig gekampt en voor de winnaars waren enkele prijzen beschikbaar gesteld. De belangstelling vanuit de burgerbevolking was groot.

De politie in Den Haag kreeg in de middag van 10 december 1953 rond 12:30 een melding binnen, dat men tijdens werkzaamheden aan de Kijkduinsestraat, bij Meer en Bosch, gestoten was op een ongesprongen projectiel, dat waarschijnlijk een vliegtuigbom zou zijn, met een gewicht van 30 kilogram. Door de politie werd bij het zware projectiel een post geplaatst. Het projectiel werd een dag later door de Mijnopruimingsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verwijderd worden.

Ook in 1954 werd er ook kampeergelegenheid voor jeugdverenigingen, resorterenden onder de Haagse Jeugd Actie, bevorderd door onder andere op Ockenburg terreinen beschikbaar te stellen. Ook werden 3 kampen gehouden waaraan door 243 jongens werd deelgenomen. De financiële steun werd verleend door het Haags Vacantie Comité en de Haagse Jeugd Actie. Naast de kliniek Ockenburg werd in 1954 door de gemeente een bebost terrein aangekocht, dat als wandelterrein kon worden gebruikt. Halverwege datzelfde jaar bestond er in het kader van de Bescherming Bevolking de behoefte aan de bouw van een proefblus-waterreservoir waar ook enkele zware detonaties konden worden uitgevoerd. In juni 1954 werd enkele belangrijke oudheidkundigde vondsten gedaan in een een Frankisch grafveld. Tegen het eind van 1954 werd begonnen met de aanleg van een vijver voor het brandbluswater waarbij uiteindelijk op Ockenburg een tweetal gegraven waterreservoirs als proefmodel waren aangelegd. Netals in de voorgaande jaren werd in 1955 aan de ANWB op Ockenburg weer een terrein beschikbaar gesteld voor de opleiding van kampleiders. De kampeergelegenheid voor de jeugdverenigingen, resorterenden onder de Haagse Jeugd Actie, werd bevorderd door onder andere op Ockenburg terreinen beschikbaar te stellen. Ook aan de in dat jaar georganiseerde 16 trekdagen en 3 kampen op Ockenburg namen dagelijks gemiddeld 2092 kinderen deel.

Op vrijdag 19 augustus 1955 werd op Ockenburg de eerste crashtender door de fabrikant overgedragen aan de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst. Op zaterdag 19 juli 1958 stuitte men bij graafwerkzaamheden aan de Ockenburghstraat op anderhalve meter diepte op een ijzeren tuindersschuit, welke daar sinds 1940 in de grond zat.

This site was last modified on 30/11/2021 at 22:31. (c) Landgoed-Ockenburg 2010-2021