![]() |
|
|
Rooms-Katholieke Voetbalvereniging GDA De Rooms Katholieke Voetbalvereniging GDA werd op 27 april 1922 in de toenmalige zelfstandige gemeente Loosduinen opgericht en mag zich aldus een waarlijk Loosduinse vereniging noemen.De naam W.I.K. bleef nog geen jaar gehandhaafd. Er was namelijk al een Haagse club met die naam en verder leefde er een sterke behoefte de Rooms-Katholieke identiteit van de club te benadrukken. Zo kwam men tot de keuze van de nieuwe naam Gabriƫl Dell Addolorata (GDA). Het eerste terrein van GDA was een veld bij de huidige Groen van Prinstererlaan/Colijnplein. Vanaf 26 augustus 1923 werd het nieuwe GDA-terrein geopend. De pastoor van der Horst had zijn spelers liever dichterbij in de buurt zodat hij wat gemakkelijker toezicht kon houden. De pastoor besprak dan ook zijn zorgen met het kerkbestuur en besloot men de bisschop een voorstel te doen tot inrichting van een sportterrein schuin achter de Rooms-Katholieke Kerk, op de tuin van de heer Nederpel. Dit voorstel hield in dat de huurovereenkomst met de heer Nederpel moest worden beeindigd en dat er een stuk grond van 500 vierkante meter moest worden aangekocht van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM). Door middel van een brief, gedateerd 11 januari 1923, kreeg het kerkbestuur de vereiste machtiging van het bisdom. Het voetbalveld van GDA werd ook gebruikt voor gymnastiekdemonstraties, parochiale sportdagen en processies. Het nadeel van het GDA-terrein was dat er maar 1 veld aanwezig was. Het veld werd omgeven door de Sint-Petrusschool, het Sint-Leonardusgesticht, de Leonardusschool, de Mariaschool, de Sint-Jan Bewaarschool, de Rooms-Katholieke Kerk met de pastorie en het klooster, de Loosduinse Groenteveiling en de WSM-garage. Op 14 mei 1940 werd rond 14:30 aan onder andere de hulpaalmoezenier M.G. Van Veghel van de Staf Regiment Grenadiers gevraagd om de begrafenisplechtigheden uit te voeren bij de begrafenis van de gesneuvelde militairen van het Regiment Grenadiers en Jagers. De kistloze begrafenis vond plaats op het GDA-terrein achter de Sint-Petrusschool in Loosduinen. Op donderdag 16 mei 1940 werd door de chef van de afdeling Bevolking, Verkiezingen en Burgerlijke Stand (BVB) aan de directeur van de Algemene Begraafplaats medegedeeld dat in Loosduinen een groot aantal militairen begraven zou zijn in de nabijheid van de kerk zonder gekist te zijn. De directeur kreeg de opdracht om maatregelen te treffen en stelde zich direct in verbinding met de reserve-officier van gezondheid 1e klasse Hupkes. Hupkes liet de (ongekiste) stoffelijke overschotten opgraven en in, door de begraafplaats aangeleverde grafkisten, kisten. In de avond van 17 mei 1940 rond 21:30 arriveerde het transport van 55 kisten op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Bij dit transport bevonden zich 5 lege kisten en volgens de directeur bevonden zich onder dit transport een aantal onbekende militairen. Ook volgens een lijst van de reserve-officier van gezondheid 1e klasse Hupkes bevonden zich onder de onbekenden nog dienstplichtig soldaat Hendrix, korporaal Van 't Zelfde, dienstplichtig soldaat Thijssen, dienstplichtig soldaat Kok, dienstplichtig soldaat De Haan, dienstplichtig soldaat Van Eck, dienstplichtig soldaat Roberti, dienstplichtig soldaat Velderhof, dienstplichtig soldaat Beerman, dienstplichtig soldaat De Wit, dienstplichtig soldaat Van der Kolk, dienstplichtig soldaat De Valk en dienstplichtig soldaat Van Kuijen. Volgens een verklaring van de commandant van de 1e Mitrailleur Compagnie, de kapitein Kruijff, bevond de sergeant Keijzer zich eveneens onder de onbekenden. Van het transport uit Loosduinen werden 49 militairen in de ochtend van 18 mei 1940 voor 09:00 uur in het verzamelgraf begraven. Een groot aantal familieleden van deze gesneuvelde militairen had zich naar de Algemene Begraafplaats begeven, om getuige te zijn van de droevige plechtigheid. In withouten kisten, waarop de namen van de gesneuvelden waren genoteerd, werden zij in het verzamelgraf neergelaten. Honderden militairen, die hun collega's de laatste eer wilden bewijzen, hadden zich om het verzamelgraf opgesteld. Nadat de namen van de gesneuvelde militairen waren voorgelezen, werden daarna door een protestantse veldprediker en een rooms-katholieke legeraalmoezenier nog de woorden van troost en berusting gesproken. Daarna werd door de regimentscommandant aan hen, die daartoe de kracht en de behoefte voelde, de gelegenheid geboden om hun dierbaren met een kort woord te herdenken. Daarna werden door de diverse eenheden bloemen op het verzamelgraf gelegd, waarna nabestaanden de gelegenheid kregen ook bloemen te leggen. Nadat de militairen weer hun hoofddeksels hadden opgezet, stonden zij in de houding opgesteld en brachten zij het militair saluut. De dienstplichtig sergeant Warner werd, als laatste van dit transport, een dag later begraven. Klik hier voor een overzicht van de gesneuvelde Nederlandse militairen die tijdelijk op het voetbalterrein van GDA begraven lagen.
|