Vliegveld Ockenburg

Alsemgeest, H.J.
Was de zoon van Johannes Adrianus Jacobus Alsemgeest en Hendrika Johanna Smoor en woonde aan de Kokosnootstraat 46 bij zijn broer, Johannes Adrianus Jacobus Alsemgeest. Hubert Johannes Alsemgeest werkte als broodbakker bij de bakkerij Nederpelt in Loosduinen. Op 10 mei 1940 bevond hij zich in de winkel van Nederpelt in de Emmastraat en werd door een verdwaalde kogel in zijn buik geraakt. Alsemgeest werd vervolgens naar het Ziekenhuis Zuidwal overgebracht en daar door de chirurgen Frankenthaler en Brederode geopereerd. Voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden overleed hij nog dezelfde dag in het ziekenhuis aan de schotwond in de buik. De begrafenisondernemening Janssen, gevestigd aan de Heemskerckstraat 20, werd belast met de teraardebestelling. Hubert Johannes Alsemgeest werd op 15 mei op het R.K. Kerkhof "St. Jozef" aan de Houtweg in Loosduinen begraven.

Baars, J.
Was de zoon van Huibert Baars en Gijsbertha van Beek en woonde aan het Piet de Hooghplein 17. Johannes Baars werd in de ochtend van 10 mei 1940 voor het raam in zijn ouderlijk huis geraakt door een kogel (hoogstwaarschijnlijk tijdens de hevige gevechten op en rond het Pieter de Hooghplein) en overleed aan een schotwond aan het hoofd. Johannes Baars werd op 13 mei op het Abdijkerkhof aan de Willem III Straat in Loosduinen begraven.

Boonstoppel, A.P.
Was de zoon van Johan Gerrit Boonstoppel en Wilhelmina Mathea Henrica Vermeulen en woonde aan de Kijkduinsestraat 163. Overleed op 11 mei 1940 aan de gevolgen van een schotwond in de kliniek Bloemendaal aan de Monsterseweg.

Hartman, D.
Woonde aan de Kijkduinsestraat 167 en was getrouwd met Ingetje van Holst. Overleed op 10 mei 1940 tijdens de gevechten rond het vliegveld Ockenburg. Op 11 mei 1940 om 15:00 uur werd gemeld dat de heer Gustaaf Adolf Brunet de Rochebrune, wonende aan de Tomatenstraat 277, vanuit Ockenburg naar de Algemene Begraafplaats het lijk van een onbekende man
vanuit Ockenburg naar de Algemene Begraafplaats had vervoerd. Het was waarschijnlijk aan het hoofd getroffen door een granaatscherf. Het signalement luidde: 45 jaar, 1.70 meter lang, donkerblond haar, kromme neus en een vals gebit. De kleding bestond uit een bruine manchester broek, zwart colbert jasje en een grijs gestippeld overhemd. Uiteindelijk bleek de man Dirk Hartman te zijn, echtgenoot van Ingetje van Holst. Het lijk werd herkend door een broer (Arie Hartman, 52 jaar en wonende aan de Paulus Potterstraat 94) en een zwager (L. Goedhart, wonende aan de Prins Hendrikstraat 46). Ook werd gemeld dat de familie voor de begrafenis zou zorgen. Door de broer van Dirk Hartman werd op 13 mei een verklaring ondertekend dat hij van de politie de bezittingen van Ingetje Hartman-Van Holst had ontvangen, bestaande uit 18 gouden tientjes, een geldbedrag van ƒ 121,60 en van Dirk Hartman een geldbedrag van ƒ 16,08. Dirk Hartman werd op 15 mei op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in een graf van de 5e klasse begraven.

Hartman-Holst, I. van
Woonde aan de Kijkduinsestraat 167 en was getrouwd met Dirk Hartman. Overleed op 10 mei 1940 tijdens de gevechten rond het vliegveld Ockenburg. Op 11 mei 1940 om 15:00 uur werd gemeld dat de heer Gustaaf Adolf Brunet de Rochebrune, wonende aan de Tomatenstraat 277, vanuit Ockenburg naar de Algemene Begraafplaats het lijk van Ingetje van Holst had vervoerd. Het lijk had een schotwond in het hoofd. Op het lijk werd een pas gevonden met haar naam. Tevens werd een bruin lederen damestas gevonden, waarvan de inhoud uit 18 gouden tientjes en een bedrag van ƒ 121,60 bestond. Het lijk werd herkend door een broer van Dirk Hartman (Arie Hartman, 52 jaar en wonende aan de Paulus Potterstraat 94) en een zwager (L. Goedhart, wonende aan de Prins Hendrikstraat 46). Gemeld werd dat de familie voor de begrafenis zou zorgen. Door de broer van Dirk Hartman werd op 13 mei een verklaring ondertekend dat hij van de politie de bezittingen van Ingetje Hartman-van Holst had ontvangen, bestaande uit 18 gouden tientjes, een geldbedrag van ƒ 121,60 en van Dirk Hartman een geldbedrag van ƒ 16,08. Ingetje Hartman-van Holst werd op 15 mei op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in een graf van de 5e klasse begraven.

Helm, J.P. van der
Woonde op de boerderij "Vrederust" aan de Lozerlaan 20 en was getrouwd met Maria Catherina van der Voort. Op 12 mei 1940 om 10:00 uur werd door de brigadier De Lepper in Loosduinen gemeld dat in de Willem III Straat het lijk was gevonden van Van der Helm, doorzeefd met kogels. Waarschijnlijk heeft Jacobus Petrus van der Helm de oorlogssituatie onderschat, want hij kwam op 11 mei 1940 naar Loosduinen. Hij zou die dag vlees kopen bij de slagerij Jeursen en op zijn fiets weer naar huis gaan. Zijn bestelling zat in een boodschappennetje. Bij de kistenfabriek in de Willem III Straat kwam hij tussen de Nederlandse en Duitse militairen terecht en is daarbij dodelijk geraakt. Het lijk werd door de GGD naar het Ziekenhuis Zuidwal vervoerd. Een dag later kwam een knecht van Jacobus Petrus van der Helm bij de slagerij Jeursen vragen of hij wist waar zijn baas was. Hij kreeg vervolgens het verhaal over Jacobus Petrus van der Helm te horen. De werkelijke toedracht over de dood van Jacobus Petrus van der Helm is nooit aan het licht gekomen, onbekend is of hij door Nederlandse of Duits vuur is geraakt. Een ander toedracht zou zijn dat Jacobus Petrus van der Helm werd gemaand om te stoppen, maar hierop gewoon doorfietste. Daarna werd op Jacobus Petrus van der Helm gericht gevuurd. Volgens een document uit het archief van de secretarie van de gemeente Wateringen zou Van der Helm door Nederlandse militairen gedood zijn omdat hij doorliep ondanks een gegeven bevel. Ook was hij doof. Het lijk werd overgebracht naar de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan en werd herkend door een zwager (A.J. Overgaauw, 50 jaar), wonende aan de Westvlietweg 10 te Leidschendam. Jacobus Petrus van der Helm werd op 15 mei op de Algemene Begraafplaats
in een graf van de 5e klasse begraven. Nog net geen 2 maanden later, op 11 juli 1940, werd hij overgebracht naar het R.K. Kerkhof "St. Jan de Doper" in Wateringen.

Hendriks, L.M.
Woonde aan de Kijkduinsestraat 76 thans aan de Haagweg 505 en was de zoon van Adrianus Marinus Hendriks en Mari Valentin. Op 11 mei 1940 liep hij omstreeks 11:45 op de Haagweg, in de omgeving van de Rooms-Katholieke Kerk. Door Nederlandse militairen werd geschoten.
Hendriks werd vervolgens door Nederlandse militairen aangeroepen waarop hij terugriep dat hij Hollander was. Toen de Nederlandse militairen bleven roepen wilde Hendriks dekking zoeken, maar werd daarna in de buik geschoten. Hij werd daarna naar het Rode Kruis Ziekenhuis vervoerd. Voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden overleed hij op 16 mei om 15:00 uur aan gevolgen van het schot door de buik. De stille H. Missen werden gehouden op zaterdag 18 mei om 6:30 en 7:00 uur. De uitvaart vond daarna plaats om 9:00 uur in de Parochiekerk van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, waarna de begrafenis op het R.K. Kerkhof "St. Jozef" aan de Houtweg in Loosduinen plaatsvond.

Heuser, F.A.
Woonde aan de Julianastraat 8, was getrouwd met Sara Schuijer en eerder weduwnaar van Adriaantje Pille. Overleed op 10 mei 1940 op de Kijkduinsestraat tijdens de gevechten rond het vliegveld Ockenburg door een schedelverbrijzeling. Frederik Abraham Heuser werd op 15 mei op het Abdijkerkhof aan de Willem III Straat in Loosduinen begraven. Sara Schuijer overleed op 28 mei 1943 in Sobibor.

Johler, L.C.
Woonde aan de Rembrandtstraat 26 en was de dochter van Karel Johler en Elisabeth Houtman. Op 10 mei 1940 zagen Nederlandse militairen dat plotseling een man (gekleed in een blauwe overall) plotseling uit het bovenraam van dit hoekhuis naar beneden sprong, waarna de glasgordijnen bewogen. Omdat dit verdacht leek en bij de Nederlandse militairen de indruk werd gewekt dat er Duitse militairen zich in dit hoekhuis ophielden, werd dit raam in de gaten gehouden. Omdat de gordijnen constant even werden opgelicht en er gezichten achter de gordijnen te zien waren, konden de Nederlandse militairen niet anders denken dat een vijandelijke mitrailleur daar in stelling was gekomen. Aan een Nederlandse militair werd het bevel gegeven een schot door het raam te geven en veiligheidshalve werd dit schot nog eenmaal herhaald. De 2 schoten gingen precies door het dakraam. Later bleek dat de vijand zich niet in dit hoekhuis ophield, maar dat een vrouw en een meisje achter dit venster zich door nieuwsgierigheid hadden laten verleiden telkens even naar buiten te kijken. Zij en haar moeder werden beiden door deze schoten gedood. Liesbeth Catharina Johler werd op 13 mei op het Abdijkerkhof aan de Willem III Straat in Loosduinen begraven.

Johler-Houtman, E.
Woonde aan de Rembrandtstraat 26 en was getrouwd met Karel Johler. Op 10 mei 1940 zagen Nederlandse militairen dat plotseling een man (gekleed in een blauwe overall) plotseling uit het bovenraam van dit hoekhuis naar beneden sprong, waarna de glasgordijnen bewogen. Omdat dit verdacht leek en bij de Nederlandse militairen de indruk werd gewekt dat er Duitse militairen zich in dit hoekhuis ophielden, werd dit raam in de gaten gehouden. Omdat de gordijnen constant even werden opgelicht en er gezichten achter de gordijnen te zien waren, konden de Nederlandse militairen niet anders denken dat een vijandelijke mitrailleur daar in stelling was gekomen. Aan een Nederlandse militair werd het bevel gegeven een schot door het raam te geven en veiligheidshalve werd dit schot nog eenmaal herhaald. De 2 schoten gingen precies door het dakraam. Later bleek dat de vijand zich niet in dit hoekhuis ophield, maar dat een vrouw en een meisje achter dit venster
zich door nieuwsgierigheid hadden laten verleiden telkens even naar buiten te kijken. Elisabeth Johler-Houtman en haar dochter werden beiden door deze schoten gedood. Dezelfde dag om 19:00 uur werd door de brigadier De Lepper in Loosduinen medegedeeld dat Elizabeth Johler-Houtman in de ochtend in haar woning aan de Rembrandstraat 26 door een verdwaalde geweerkogel was gedood. De dokter Vechtman uit Loosduinen constateerde de dood en een schot door het hoofd als doodsoorzaak. Elizabeth Johler-Houtman werd op 13 mei op het Abdijkerkhof aan de Willem III Straat in Loosduinen begraven.

Joosse-Wit, W. de
Woonde in Haarlemmermeer en was sinds 7 februari 1940 getrouwd met Jacobus Joosse. Jacobus Joosse was vanwege de mobilisatie in mei 1940 gelegerd in Poeldijk en daar ook op een privé-adres ingekwartierd. Zijn kantoor was gevestigd in de veiling van Poeldijk. Willy Joosse-de Wit had een woning betrokken in Loosduinen, waar Jacobus Joosse ’s nachts verbleef. Deze woning was door beiden volledig gemeubileerd.
Jacobus Joosse verbleef dus 's-nachts niet op het inkwartieringsadres in Poeldijk, terwijl dit vanwege de mobilisatie niet was toegestaan. Met het openbaar vervoer ging hij vroeg in de ochtend naar Poeldijk.

Op 10 mei 1940 was Willy op bezoek bij een buurvrouw, waar de beide dames gezamenlijk voor het raam stonden te kijken naar de overvliegende vliegtuigen. Door een explosie kreeg Willy een scherf van de ruit, waardoor ze stond te kijken, in haar hoofd. Zij was daardoor op slag dood. Willy Joosse-de Wit werd op 13 mei op het Abdijkerkhof aan de Willem III Straat in Loosduinen begraven. Op 27 mei werd in de gemeente Haarlemmermeer haar overlijden geregistreerd.

Knaap, A.A.M. van der
Was de dochter van Marinus Jozephus van der Knaap en Maria Magdalena van der Knaap en woonde aan de Monsterseweg 66 in Monster. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 werd zij tijdens werkzaamheden in het bedrijf van haar vader getroffen door een granaat. Manschappen
van de Poeldijkse EHBO verleenden nog eerste hulp, maar dit mocht helaas niet meer baten. Met haar overlijden om 5:30 aan de Monsterseweg 66 in Monster was het eerste Westlandse oorlogsslachttoffer een feit. Apolonia Adriana Maria van der Knaap werd op 14 mei op het Parochiekerkhof aan de Voorstraat in Poeldijk begraven.

Lehr, S.
Woonde aan de Harteveltstraat 6 en was gescheiden van Leo Baszynski. Op 12 mei 1940 werd zij met Maxin Justin Theodoor Dominicus Scheiding op de Dorpskade in de Zwethpolder bij Wateringen door
Nederlandse militairen aangehouden. Zij werd verdacht verrader te zijn en ook haar verklaring was klaarblijkelijk onvoldoende, waarna zij standrechtelijk werd geëxecuteerd. In opdracht van Nederlandse militairen werd haar stoffelijk overschot in een nabijgelegen weiland door een burger begraven. Haar stoffelijk overschot werd later weer opgegraven en op de Algemene Begraafplaats aan de Julianastraat in Wateringen in een graf van de 3e klasse begraven. Op 7 juni werd er door Johannes Gerardus Anthonius van der Linden aangifte van overlijden gedaan bij de gemeente Wateringen. Een week later werd het overlijden van Sophie Lehr in de gemeente 's-Gravenhage geregistreerd.

Rey-Grosjean, J.E.
Woonde aan het Lange Voorhout 56 en was getrouwd met Henri Eugène Rey. Henri Eugène Rey was directeur-eigenaar van het Hotel des Indes aan het Lange Voorhout en was in Nederland de consul-generaal van Monaco.
Op 10 mei 1940 werd de Duitse ambassadeur, Julius graaf von Zech-Burkersroda, samen met zijn staf en hun families naar het Hotel des Indes gebracht, waar ze tot op de dag van de capitulatie door 30 Nederlandse militairen werden bewaakt. Op aanraden van de Franse gezant deden Henri Eugène Rey en zijn vrouw op 13 mei een vluchtpoging naar Groot-Brittannië. Zij verzamelden zich bij het station Hollands Spoor. Bij dit station stonden 3 bussen van de Haagsche Tramweg Maatschappij (H.T.M.) met leden van het Corps Diplomatique. Er werd overgestapt in 15 taxi's waarna de rit naar Hoek van Holland werd ondernomen. Henri Eugène Rey en zijn vrouw zaten in de tiende taxi. Deze taxi werd bestuurd door de chauffeur en gepensioneerd Marinier der derde Klasse, Christiaan Langerak. Al eerder op die dag kreeg hij de opdracht met zijn taxi enige leden van het gevolg van Hare Majesteit de Koningin naar Hoek van Holland te brengen, waarna hij werd teruggezonden naar het station Hollands Spoor. In de tiende taxi zaten tevens een dochter en een zoon van Van Rey, de Franse militair Tanchette en de Franse Reserve-Eerste Luitenant Gremaux. De stoet werd geopend en gesloten door een Nederlandse pantserwagen.

Tijdens tweede de rit naar Hoek van Holland passeerden zij, net buiten Den Haag op de weg tussen Den Haag en Hoek van Holland, Nederlandse militairen waarvan een met een geweer in de aanslag het bevel gaf te stoppen. De stoet reed namelijk vrij snel, de taxi's waren vrij ver van elkaar verwijderd en ook de pantserwagens waren uit het zicht. De chauffeur had volgens een verklaring van Gremaux niet begrepen dat zijn taxi moest stoppen en reed door. Inmiddels was het schot van de Nederlandse militair rechtsachter op de taxi van Langerak al gelost en trof Jeanne Eugenie Grosjean in haar rechterslaap. Zij werd langs de kant van de weg gelegd, terwijl Henri Eugène Rey eveens uitstapte. Alle wagens waren doorgereden, behalve een collega van Langerak, de chauffeur Schippers. Deze chauffeur was als gevolg van de emotie ingestort en was niet meer in staat de wagen te besturen. Een in de van Langerak zittende Engelsman nam het stuur van het zijn wagen over, terwijl Langerak achter het stuur van de andere wagen. Een commanderende Engelse officier gelastte hen toen terug te keren naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Plein. Ook een politierapport meldt dat de taxi van Langerak niet op bevel van Nederlands militairen stopte. Rey en zijn kinderen weken samen met de Franse gezant uit naar Groot-Brittannië.

Voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden overleed zij op 13 mei om 16:30 aan de gevolgen van haar verwondingen. Om 20:00 uur werd de Gemeentepolitie door de directeur van het R.K. Ziekenhuis aan de Lage Nieuwstraat in kennis gesteld over het aldaar aangebrachte lijk van Jeanne Eugenie Grosjean. Mevrouw Halle-Rey zorgde daarna vanuit de familie voor de begrafenis en de Algemene Begrafenis Onderneming "N. Kervezee", gevestigd aan de Columbusstraat 178, werd belast met de teraardebestelling. Jeanne Eugenie Grosjean werd op 17 mei om 10:30 op de R.K. Begraafplaats "St. Petrus Banden" aan de Kerkhoflaan begraven.

Rietdijk, G.
Woonde aan de Dillenburgstraat 19 en was getrouwd met Jaantje Antje den Drijver. Gerrit Rietdijk bevond zich volgens ooggetuige op 10 mei tussen de begraafplaats en
de woning van Dirk Hartman aan de Kijkduinsestraat. Gerrit Rietdijk overleed op dezelfde dag door de gevechten rond het vliegveld Ockenburg aan een schotwond. Het lijk werd door de heer Gustaaf Adolf Brunet de Rochebrune, wonende aan de Tomatenstraat 277, vanuit Ockenburg naar de Algemene Begraafplaats vervoerd. In eerste instantie werd het genoteerd als een onbekende man van ongeveer 40 jaar, welke vermoedelijk door een granaatscherf aan het hoofd getroffen was. Het signalement luidde: lang, 1.70 meter, blond haar, mager, slecht gebit, kleding donker, grijze regenjas, zwarte sokken, zwarte hoge schoenen en een gestreept colbert kostuum. Op het lijk werd een kaart gevonden ten name van Rietdijk. Het lijk werd herkend door een broer, Leendert Rietdijk, wonende aan de Dillenburgstraat 33. De bekende begrafenisonderneming Lemckert, gevestigd aan het Abrikozenplein 55, werd belast met de teraardebestelling. Gerrit Rietdijk werd op 15 mei op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in een graf van de 5e klasse begraven.

Roosa, W.F.H.
Woonde aan de Naarderstraat 23 en was getrouwd met Cornelia de Vries. Willem Frederik Hendrik Roosa werkte als broodbezorger bij de Loosduinse vestiging van Simons Bakkerijen NV. Hij werd op 10 mei 1940
op de Haagweg in Monster door Nederlandse militairen doodgeschoten, die rond 15:00 uur nabij de molen in gevecht waren met Duitse troepen. Drie dagen later werd er aangifte van overlijden gedaan bij de gemeente Monster door Jacobus Wilhelmus Witteman, werkzaam als politieagent. Willem Frederik Hendrik Roosa werd op 23 mei op Nieuw Eykenduinen aan de Kamperfoeliestraat begraven. Een week later werd zijn overlijden in de gemeente 's-Gravenhage geregistreerd.

Scheiding, M.J.T.D.
Woonde aan de Harteveltstraat 6 en was gescheiden van Frieda Feiffert. Op 12 mei 1940 werd hij met Sophie Lehr op de Dorpskade in de Zwethpolder bij Wateringen door
Nederlandse militairen aangehouden. Hij werd net als Sophie Lehr verdacht verrader te zijn en ook zijn verklaring was klaarblijkelijk onvoldoende, waarna hij standrechtelijk werd geëxecuteerd. In opdracht van Nederlandse militairen werd zijn stoffelijk overschot in een nabijgelegen weiland door een burger begraven. Zijn stoffelijk overschot werd later weer opgegraven en op de Algemene Begraafplaats aan de Julianastraat in Wateringen in een graf van de 3e klasse begraven. Op 7 juni werd er door Johannes Gerardus Anthonius van der Linden aangifte van overlijden gedaan bij de gemeente Wateringen. Een week later werd het overlijden van Max Justin Theodoor Dominikus Scheiding in de gemeente 's-Gravenhage geregistreerd.

Stutterheim, W.F.
Woonde aan de Kijkduinsestraat 117. Werd tijdens de oorlogsdagen door Nederlandse militairen aangehouden en geinterneerd. Overleed hierdoor op 18 mei 1940 aan de gevolgen van coma bij suikerziekte (coma diabeticum) in het R.K. Ziekenhuis aan de Lage Nieuwstraat. Willem Frederik Stutterheim werd op 21 mei op de Algemene Begraafplaats
aan de Kerkhoflaan in een graf van de 5e klasse begraven.

Tierates, J.W.
Woonde aan de Loosduinsekade 580 en was getrouwd met Johanna Meershoek. Jan Willem Tierates werkte als secretaris-bedrijfsleider bij de Coöperatie "De Voorwaarts". In de ochtend van 12 mei 1940 kreeg hij op de Heulweg in Wateringen nabij de molen een lekke band. Een militair vond deze situatie verdacht en lostte op een gegeven moment een schot, waarbij Jan Willem Tierates dodelijk werd getroffen. Twee dagen later werd er door Johnnes Petrus Meershoek aangifte van overlijden gedaan bij de gemeente Wateringen. Op 18 mei om 10:15 werd Jan Willem Tierates op Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen begraven. Op 23 mei werd zijn overlijden in de gemeente
's-Gravenhage geregistreerd.

Tiggelhoven van-Verseput, P.
Woonde aan de Lisztstraat 8 en was getrouwd met Leonardus van Tiggelhoven. Op 10 mei 1940 werd op een onbekend tijdstip bij de GGD een melding, met nummer 3149, gedaan voor een geval van oorlogsgewonden in Loosduinen, ter hoogte van de kerk. Hiervoor werd een ambulance gealarmeerd en naar de genoemde locatie gestuurd. Het betrof hier Pieternella van Tiggelhoven-Verseput. Zij bleek onder andere schotwonden aan de beide dijen en een fractuur aan de linker bovenarm te hebben. Zij werd door de GGD naar het R.K. Ziekenhuis aan de Lage Nieuwstraat vervoerd, waarna zij om 18:00 uur aan penetrerende granaatscherfverwondingen overleed. De begrafenisonderneming van Lucas Questroo, gevestigd aan de Ellekomstraat 22, werd belast met de teraardebestelling.
Pieternella van Tiggelhoven-Verseput werd op 16 mei op het R.K. Kerkhof "St. Jozef" aan de Houtweg in Loosduinen begraven.

Wel, L.W. van der
Woonde aan de Schwerinkade 48 en was getrouwd met Jacoba Maria Dijkman. Lambertus Wilhelmus van der Wel werkte als politieagent op het bureau Wilhelminastraat in Loosduinen. Op 10 mei 1940 om
19:00 uur werd door de politieambtenaar in opleiding Treffers in Loosduinen medegedeeld dat bij de ingang van Ockenburg het lijk was gevonden van agent Lambertus Wilhelmus van der Wel van het bureau Wilhelminastraat, die terplaatse was doodgeschoten. Lambertus Wilhelmus overleed aan een schotwond. De GGD durfde nog niet ter plaatse te gaan, omdat op dat moment nog werd gevochten. Zijn echtgenote was inmiddels in kennisgeving gesteld. Het lijk werd later naar de echtelijke woning overgebracht en op een andere dag begraven.

Het overlijden van Van der Wel wordt vermeld in nummer 27 van het Officieel Weekblad 's-Gravenhaagsche Gemeentepolitie van 3 juli 1940. In deze uitgave worden onder andere de vijftal agenten die tijdens de vervulling van hun ambt waren gevallen beschreven. Over Lambertus Wilhelmus van der Wel wordt geschreven: "Wij sluiten deze droeve lijst met het noemen van den naam van den Agent van Politie L.W. van der Wel, die tijdens zijn surveillance in de landelijk gedeelten van Loosduinen, tusschen de strijdende partijen geraakte en aldus den dood vond. Een goed politieman, die ook vele jaren bij de recherche werkzaam was, is met hem heengegaan. Op een zonnige Meidag waren wij getuige van zijn teraardebestelling en bespeurden wij het groote leed dat zijn echtgenoote door den dood van haar man is berokkend. Ook ons viel het zwaar afscheid te nemen van dezen man, die zijn leven heeft geofferd in het belang van de mooie taak, welke wij allen voorstaan, de handhaving van de openbare orde en veiligheid".

Zonneveld-Vliet, C. van
Woonde op de boerderij "Wijndaelerswoning" aan de Kijkduinsestraat 173. Zij raakte op 10 mei 1940 gewond door een verdwaalde kogel in haar been.
Bij gebrek aan antibiotica overleed zij aan een infectie van deze wond op 11 september 1940 in het Rode Kruis Ziekenhuis. Zij werd op het Abdijkerkhof aan de Willem III Straat in Loosduinen begraven.

This site was last modified on 24/07/2021 at 22:34. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2021