Landgoed Ockenburg

Het landgoed

Waar de naam Ockenburg vandaan komt is niet bekend. Sommige bronnen spreken van een landgoed 'Ockenberghe' dat in de 15e eeuw in de buurt van Wateringen zou hebben gelegen en aan het begin van de tachtigjarige oorlog was ontruimd. Het huidige landgoed Ockenburg is rond 1650 aangelegd in opdracht van de dichter en medicus Jacob Westerbaen. Wegen en groen werden in Classicistische landschapsstijl ontworpen. Het is dus goed mogelijk dat Westerbaen de naam van het verdwenen landgoed heeft overgenomen. Het landgoed Ockenburg is historisch ontstaan uit een samenvoeging van het oude landgoed Ockenburg met een deel van het toen aangrenzende landgoed Santvoort, het Santvoortsche Bosch dat we nu kennen als het Hyacintenbos. Het gebied kent een zeer oude bewoningsgeschiedenis. In de omgeving van het landgoed zijn ook de bewoningssporen uit de Bronstijd en uit de Romeinse tijd gevonden. Later, in de 17e eeuw, lag op deze plaats een open, grotendeels ontgonnen duingebied afgewisseld door 'wildernisse' waarin enkele boerenhofsteden waren gelegen. In 1630 verkoopt een ene Jacob Leendertse 'een wooning met omtrent 22 morgen land, waar de Rijnweg doorheen loopt' aan de arts en dichter Jacob Westerbaen. Vervolgens bouwde Jacob Westerbaen op één van de hofsteden zijn huis en liet hij hier dus ook zijn landgoed Ockenburg aanleggen. Met tuinaanleg boekt hij goede resultaten 'om verder een oprijlaan vanaf de zandweg tussen Loosduinen en Monster, aan weerszijde te beplanten met een dubbele rij iepen'. In de siertuin kweekt hij meloenen en groente en tegen de muren groeien de abrikozen en perziken.

In de lange en bewogen geschiedenis van het landgoed zijn 2 belangrijke fasen te onderscheiden, de formele periode en de periode gekarakteriseerd door de landschapsstijl. De formele periode liep van omstreeks 1650 tot aan circa 1800. Rond het jaar 1840 werd de formele aanleg vervangen door de vroege landschapsstijl. De rechte lijnen en de strakke perken uit de formele aanleg werden omgevormd naar de vloeiende lijnen met glooiende gazons. De eigenlijke reconstructie naar de landschapsstijl, zoals je die nu nog kunt zien, dateert zelfs van 1889. De cultuurhistorische waarde van het landgoed wordt met name ontleend aan de (nog) aanwezige elementen uit die landschapsstijl, het landhuis, de drie zichtlijnen van en naar het huis en de open plekken in het landschap. Sinds 1889 is dus de indeling van de tuin niet meer aangepast. Wel waren er plannen om hier een grote woonwijk aan te leggen (in dezelfde stijl als de Vogelwijk). Maar door het uitbreken van de oorlog is het daar nooit meer van gekomen. Na 1945 heeft men besloten het gebied te behouden zoals het is. Van de Classicisme landschapsstijl is niet veel meer terug te vinden in het bos. Na 1700 is het landgoed enkele keren aangepast. Alleen de kaarsrechte oprijlaan vanaf de Monsterseweg herinnert nog aan het grondplan van 1650.

Het landgoed ontleent zijn recreatieve waarde aan de beleving van de cultuurhistorische elementen, de natuurwaarde en de ruimtelijke en ook de landschappelijke betekenis van het gebied. Het landgoed beslaat ruim 26 hectare en maakt sinds 1990 deel uit van het Beschermd Natuurmonument en Habitatrichtlijngebied ‘Solleveld’, welk gebied in 2007 werd aangewezen als Natura 2000 gebied 'Solleveld en Kapittelduinen'. Het landgoed heeft de bestemming 'bospark'. Alleen het binnen de begrenzing van het natuurmonument gelegen landhuis met de bijbehorende parkeerplaats en erf en de horeca-inrichting vallen als enclave buiten de begrenzing van het natuurmonument. Het hele jaar door kan de bezoeker van het landgoed genieten van de rust, de natuur en de nog aanwezige sfeer van het verleden.

Eigenaren
Het landgoed Ockenburg heeft na Jacob Westerbaen vele eigenaren gekend. In 1670 wordt Jacques du Til de Ferrand de nieuwe eigenaar maar al in 1675 komt er een nieuwe bewoner op Ockenburg namelijk Maarten Pauw, wiens kleindochter Elisabeth Pauw in 1719 in het huwelijk  trad met Frederik Hendrik baron van den Boetzelaer. De volgende eigenaren zijn Frederik Hendrik Baron van den Boetzelaer (1725), Elisabeth Pauw, baronesse douarière van den Boetzelaer (1750), Jacob George Rutger en Arent Davé (1775). In 1786 komt het landgoed in een openbare veiling en wordt gekocht door Michiel Hubert (heer van Hilvarenbeek en oud-schepen van Rotterdam). Daarna wordt in 1796 Leonard van de Kasteele de nieuwe eigenaar. In 1809 komt het voor 45.000 gulden in bezit van Georg Genard Lans, een weduwnaar die daar jarenlang woonde met 4 kinderen en 'twee dienstmaagden'. Deze Van der Lans was enige jaren later, in 1811, een van de eerste leden van de Loosduinse gemeenteraad. Het inmiddels 258 hectare grote landgoed komt in 1848 voor 33000 gulden in bezit van Johannes Hendricus Jacob Huygens, eerder bewoner van het landgoed Bloemendaal. Deze laat de oorspronkelijke villa verbouwen in neo-classicistische stijl, met behoud evenwel van grote delen van het oorspronkelijk interieur. Bij zijn dood wordt het landgoed in publieke veiling verkocht. Een combinatie Loosduinse tuiners met in het Westland bekende namen als Steyn, Flinterman, Van Spronsen en Zuyderwijk, hadden het plan om het geheel te kopen en zette het in voor een enorme prijs van 130.000 gulden maar bij de gunning werd het echter door de notarisfamilie Van den Bergh afgemijnd. In 1898 koopt de notaris Solko Johannes van den Bergh voor 150,000 gulden het landgoed en wordt hiermee direct de laatste particuliere eigenaar.

Na 1916 is het landgoed in gedeelten verkocht aan onder andere Thurkow, Wagenaar Hummelinck en Menten waarbij deze laatst genoemde de laatste familie was die op Ockenburg heeft gewoond. In de zomer bewoonde de eerder genoemde notaris Van den Bergh de villa. Eens paar jaar mocht de (Loosduinse) bevolking met goedvinden van de eigenaar het park betreden. Maar op andere dagen was dat streng verboden; hier werd streng op toegezien door de boswachter De Beus, de laatste boswachter in dienst bij de heer Van den Bergh. Toch wisten een aantal ingezetenen van Loosduinen (vooral kinderen) wel een manier te vinden om binnen te komen. Bij de notaris Van den Bergh kwam er regelmatig hoog bezoek; zo kwam in 1905 Koningin Wilhelmina met haar gemaal prins Hendrik hem een bezoek brengen. Na het overlijden van de notaris Van den Bergh in 1916 wilden zijn erfgenamen het landgoed niet behouden en boden het gehele complex, toen nog 313 hectare voor een prijs van 1.300,00 gulden aan de gemeente Den Haag en Loosduinen te koop aan. Den Haag wilde er niet van weten terwijl in Loosduinen een raadscommissie benoemd werd om het aanbod te bestuderen, waarin de gemeentesecretaris Boezer de stuwende kracht was. in de raad vond de opvatting dat de gemeente het landgoed moest kopen maar 1 vertegenwoordiger namelijk de wethouder Van Noort. Tenslotte werd het aanbod afgewezen omdat Loosduinen het financieel niet aandurfde. Hierna werd het landgoed door de erven Van den Bergh voor een prijs, welke minder bedroeg dan 1.300,00 verkocht aan een combinatie bouwgrondmaatschappijen, welke het bezit grotendeels verkaveld hadden.

Aan de westelijke grens was een terrein verkocht aan de Westlandse Waterleiding Maatschappij, een strook daar tegenaan aan de heer Wagenaar Hummelinck en een klein gedeelte aan de zijde van de Kijkduinsestraat werd gekocht door de heer Thurkow. Ook Ockenrode, het deel aan de Monsterseweg tussen het bezit van de Bouwgrond Maatschappij Ockenburg en het waterleidingterrein, ging over in handen van de Stichting Bloemendaal die hier later een inrichting opende. Vervolgens werd, op de kern na, een achterafgelegen duinterrein en gedeelte van het bos aan de gemeente Den Haag te koop aangeboden en ook gekocht. Voor een prijs van 1.666,000 gulden werden deze gronden eigendom van de Bouwgrond Maatschappij Ockenburgh waarvan de gemeente 4/5 van de aandelen bezat. De vila met een groot stuk van het landgoed kwam in bezit van de heer Menten en werd dus in de zomer door de familie bewoond. Dit gedeelte werd in 1931 aan de gemeente voor een prijs van 900.000 gulden te koop aangeboden. In hetzelfde jaar zag de gemeente zich gedwongen het landgoed over te nemen en het open te stellen voor publiek. En dus werd in hetzelfde jaar het landgoed door de gemeente Den Haag aangekocht en voor het publiek als openbaar wandelpark opengesteld. Om het Hyacintenbos te bezoeken moest men wel in het bezit zijn van een speciale toegangskaart. Het landgoed werd in 2011 aan de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap (ZHL) overgdragen, die het gebied sindsdien beheert. Een klein deel van het landgoed, dat direct rond de villa/landhuis ligt, moest mee gaan naar het hotelketen Sandton.
 
Middeleeuwse weg
De Monsterseweg maakt deel uit van deze middeleeuwse weg tussen Den Haag, Loosduinen en 's-Gravenzande. Aan weerszijden van deze weg waren in de Middeleeuwen boerderijen gevestigd op de rand met de veengebieden. De boerderijen aan de noordzijde van deze weg hadden hun landbouwgronden op de veengebieden tussen de oude duinen. In de 17e eeuw ontwikkelden zich langs de Monsterseweg landgoederen, deels ter plaatse van de boerderijen. Op 13 mei 1839 kon men met de tolheffing tussen Wateringen en Poeldijk worden begonnen en op 2 september van dat jaar op de Lange Kleiweg. Tussen Loosduinen en Monster was ook een toladres. Het café "De Tol" (dat recht voor de Orberlaan heeft gestaan en in ongeveer 1930 werd gesloopt) is daar lang getuige van geweest.

This site was last modified on 09/01/2018 at 23:57. Landgoed-Ockenburg 2010-2017