Vliegveld Ockenburg

Bominslag door bombardement

Vanaf augustus 1940 trokken zowel het schijnvliegveld op Ockenburg als het schijnvliegveld aan de Lozerlaan regelmatig de aandacht van de Royal Air Force. Tijdens de bombardementen door de Royal Air Force vielen ook vaak bommen in de omliggende omgeving en dus buiten het doelgebied. Op 3 augustus 1940 werd om 23:30 door een politieagent aan de Luchtbeschermingsdienst gemeld dat er vermoedelijk op of in de omgeving van het vliegveld Ockenburg er 2 bommen waren geworpen door een onbekend vliegtuig, waarna de bommen ontploften. Twee agenten die een onderzoek hadden ingesteld, meldden dat van een bominslag op en bij het vliegveld niet viel waar te nemen. Om 23:50 werd door de wijkhoofd IV van sector III van de Luchtbeschermingsdienst gemeld dat op het voorplein van de Dalton HBS aan de Aronskelkweg een bom was ingeslagen. Er hadden zich geen persoonlijke ongelukken voorgedaan, toch waren er verschillende ruiten van gebouwen in de omgeving vernield. Om 00:35 werd door de hoofdinspecteur van politie gemeld dat deze bom was ingeslagen en ontploft. Toch liep enkel een lid van de Luchtbeschermingsdienst een lichte scheurwond op, van 3 tot 4 centimeter lengte, aan het voorhoofd. Na ter plaatse door motoragenten te zijn verbonden en in het Rode Kruis Ziekenhuis te zijn onderzocht, ging hij op eigen gelegenheid huiswaarts. Zowel van de Dalton HBS als van huizen in de omgeving waren dus verschillende ruiten vernield. Om 01:00 werd door een politieagent gemeld dat om 23:30 een onbekend vliegtuig kwam aangevlogen uit de richting van Kijkduin naar Delft. Toen het luchtafweergeschut in werking was gesteld, keerde het vliegtuig terug. Om 02:00 uur werd door een politieagent gemeld dat een onbekend vliegtuig boven Loosduinen vloog en dat ook de zoeklichten in werking waren gesteld. Om 06:40 werd, in verband met de om 23:50 gemelde bominslag, door een politieagent gemeld dat er ook een bom was gevallen en ontploft in een bonenveld achter de Dalton HBS. Hierdoor was er een trechter van ongeveer 4 meter in doorsnede ontstaan. Om 11:20 werd gemeld dat zich in deze trechter, met een afmeting van 2 x 2 x 0,5 meter groot en gelegen achter de Dalton HBS op een afstand van 2 meter van het gebouw, vermoedelijk nog een onontplofte bom bevond. Er werden waarschuwingsborden en posten geplaatst. Of er ook daadwerkelijk een onontplofte bom in de trechter achter het gebouw aanwezig was, is niet bekend. In juli 1960 ontving de gemeente Den Haag van het Ministerie van Financien een vergoeding van 3000 gulden voor de schade aan het onroerend goed als gevolg van de bominslag. Als gevolg van de bomsinlag waren een groot aantal glasruiten vernield, enkele deuren ontzet en enkele eternitplafonds beschadigd. Ook waren in de tegelbestrating gaten geslagen. De herstelkosten bedroegen globaal 3000 gulden.

Het gebouw van de Dalton HBS werd van 15 mei 1940 tot en met 15 juni 1940 gebruikt voor de legering van de Waffen SS. In verband met het aanleggen van de tankgracht, werd de school op 19 november 1942 ontruimd en geevacueerd naar de Vlierboomstraat 366 in Den Haag. Het gebouw van de Dalton HBS werd tijdens de verdere bezetting na de evacuatie door de Duitsers gebruikt voor het houden van oefeningen. Vanaf 1 november 1943 werd een gedeelte van het gebouw gebruikt als een opslagplaats voor meubelen van uit het spergebied geevacueerde personen die, op zeer korte termijn, voor hun meubelen geen opslagplaats konden vinden. Op 18 oktober 1944 werd aan het gebouw opnieuw schade toegebracht, veroorzaakt door een bominslag in de nabije omgeving. Hierdoor werd niet alleen schade aan het gebouw van de Dalton HBS toegebracht, maar ook aan de daarbij behorende dubbele dienstwoning. Ook liep het gebouw schade op als gevolg van vernieling en plundering door burgers in verband met brandstoffennood tijdens de winter van 1944-1945 en roof door Duitse troepen. Tenslotte werd het gebouw van 15 mei 1945 tot en met 19 juni 1945 gevorderd ten behoeve van de legering van de Canadese troepen.

This site was last modified on 23/09/2020 at 15:45. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2020