Vliegveld Ockenburg

Ongeval op mijnenveld

Op zaterdag 14 april 1945 werd om 15:30 door de wachtcommandant recherche gemeld dat eerder die middag om 13:10 aan het einde van de Ieplaan een landmijn was ontploft. Door de ontploffing van deze landmijn raakte de 16-jarige Johan Kramer, woonachtig aan de Morsestraat 16 in Den Haag, gewond. Hij verloor zijn linkeroog en liep een wond op aan zijn rechterwang. Ook kwamen 2 personen om het leven: Wolfgang Bob Hoyer en Cornelis Willem Dijkhuizen. Wolfgang Bob Hoyer woonde aan de Pijnboomstraat 10D en werd direct gedood. Zijn stoffelijk overschot zou uit elkaar zijn gevlogen en een deel van het stoffelijk overschot bevond zich volgens de politie nog in het mijnenveld. Cornelis Willem Dijkhuizen woonde aan de Pijnboomstraat 6C liep een schedelbasisfractuur op en werd door de GG&GD naar het Gemeenteziekenhuis Zuidwal vervoerd, waar hij om 21:30 aan zijn verwondingen overleed. Johan Kramer ging met zijn vader naar het Ooglijdersgesticht.

Een onderwachtmeester der Staatspolitie verklaarde dat hij op zaterdag 14 april 1945 zich rond 13:20 in de Pijnboomstraat, hoek Ieplaan bevond. Daar hoorde hij een ontploffing en zag rook opstijgen uit het spergebied aan het einde van de Ieplaan. Hij begaf zich ter plaatse en constateerde dat er een landmijn was ontploft en zag een jongen uit het spergebied komen die aan het gezicht gewond was en die vervolgens door burgers naar zijn woning aan de Morsestraat 16 werd gebracht. Daarna haalde hij met behulp van burgers nog 2 andere gewonden uit het spergebied, waarna hij een burger naar het politiebureau aan de Archimidesstraat liet rijden om assisentie te halen en om de GG&GD te waarschuwen. Intussen hield hij het publiek op een afstand. Daarna kwam er uit het publiek een dokter naar voren en deed onderzoek. De dokter constateerde bij een van de jongens een schedelbasisfractuur en van een andere jongen was er alleen nog een romp over. Inmiddels was er een opperwachtmeester van het politiebureau aan de Archimidesstraat aangekomen voor assistentie, waarna hij de namen van de getroffen jongens bij hun ouderlijke woningen ging opnemen. Nadat dit was afgerond begaf hij zich naar het politiebureau aan de Archimidesstraat om rapport uit te brengen. In zijn verslag schreef naast het bovenstaande, ook over de 3 getroffen jongens. Arthur Hendrik Johan Kramer (geboren op 11 juli 1935 in Den Haag, studerend en wonende aan de Morsestraat 16 in Den Haag) was een linkeroog kwijt en had een wond aan de rechterwang. Cornelis Willem Dijkhuizen (geboren op 12 februari 1931 in Den Haag, studerend en wonende aan de Pijnboomstraat 6A) had een schedelbasisfractuur en andere verwondingen. Van Wolfgang Bob Hoyer (geboren op 27 mei 1930 in Den Haag, studerend en wonende aan de Pijnboomstraat 10D in Den Haag) was alleen maar een stuk romp over. Op maandag 16 april 1945 verklaarde Nicolaas Vink schriftelijk dat hij op zaterdag 14 april 1945 bij het uitkleden van de slachtoffers in het spergebied aan de Ieplaan een stuk vlees (waarschijnlijk het hoofd) afkomstig van Bob Hoyer had zien liggen. Toen hij op maandag 16 april 1945 in het bijzijn van een onderwachtmeester in het spergebied ging kijken, zag hij alleen nog de bloedsporen en was het stuk vlees verdwenen.

This site was last modified on 31/08/2026 at 20:11. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2026