Vliegveld Ockenburg

Toestand Algemene begraafplaats 1940
door Th. de Jong,
Directeur Algemene begraafplaats Den Haag (Kerkhoflaan & Westduin)
mei 1940

In den loop van Zaterdag 11 Mei en vervolgens Zondag 12 mei werden onder leiding van den 1e luitenant H. van den Dool, Sectie 3a, Hoofdkwartier, op de begraafplaats gebracht 59 kisten bevattende de lijken van gesneuvelde militairen bij den overval van de Nieuwe Alexander Kazerne in Waalsdorp.

Een lijst vermeldende de namen der gesneuvelden of andere gegevens waren niet aanwezig. De luitenant deelde mij mede, dat op last van de militaire overheid de lijken naar de begraafplaats moesten worden vervoerd en dat allen onbekend waren, daar zij noch zakboekjes noch identiteitsplaatjes hadden en velen zoodanig verminkt dat zij niet konden worden herkend.

Ik heb de kisten, in afwachting van het gereedkomen van graven, onder een loods, door mij toe ontruimd, laten plaatsen.

Mede werden op 10 en 11 Mei uit het Haagsche Bosch gebracht de lijken van een 27-tal Duitsche militairen, waaronder half verkoolde en andere met zoodanige verwondingen, dat zij onherkenbaar waren. Echter waren zij allen voorzien van identiteitsplaten. De lijken waren niet gekist.

In den loop van Zondag en Maandag (1e en 2e Pinksterdag) werden uit verschillende ziekenhuizen aan hun verwondingen overleden militairen gebracht, gedeeltelijk wel en voor een gedeelte niet gekist, die allen door mij of onder de loods of in het lijkenhuis werden geborgen. Het laatste transport had Zondag 10 Mei plaats ten 12¼ 's nachts.

In een gehouden bespreking, bijgewoond door den Dir. van den G.G.D., de directeuren van V.en S., Gemeentewerken en Plantsoenen, den Chef der Afd."B.V.B."en Majoor Jhr. Roel, werd vastgesteld, dat ik plaats zou maken voor het begraven van 1000 lijken in massa graven met het oog op de zeer beperkte ruimte en dat daarna op begraafplaats "Westduin" indien noodig plaats zou worden gemaakt. Zoolang kisten waren te krijgen, zouden alle lijken gekist worden.

Vastgesteld werd dat opgraven uit deze graven niet mogelijk was. Nadat de lijken en kisten een viertal dagen in de loods hadden gestaan en geleden en steeds van uit de ziekenhuizen gestorvenen werden gebracht, werd de toestand onhoudbaar en ben ik nadat ik kisten had besteld en ontvangen, tot kisten overgegaan en zijn op 16 en 17 Mei ruim honderd door mij begraven.

Voor zoover de identiteit bekend was is deze door mij overgenomen. Donderdag 16 mei deelde de Chef van de Afdeeling "B.V.B" mij mede te hebben vernomen, dat op "Ockenburg" een groot aantal militairen zou zijn begraven in de nabijheid van de kerk, zonder gekist te zijn, met verzoek daartegen maatregelen te treffen.

Ik heb mij direct in verbinding gesteld met Dr.Hupkes, res.-off.van gezondheid 1e klasse, die de lijken heeft laten opgraven en in door mijn tusschenkomst aangevoerde kisten heeft geplaatst. In den avond van 17 Mei ten 9½ uur kwam dit transport van 53 kisten op de begraafplaats en zijn allen den volgenden dag vóór 9 uur v/m door mijn personeel begraven. Ook onder dit transport bevonden zich een aantal onbekenden. Geregeld werden daarna nog gevonden gesneuvelde of in de ziekenhuizen overleden militairen zoowel Nederlandsche als Duitsche gebracht.

Op 18 mei lagen in de loods nog een tiental lijken van Nederl.militairen en in het lijkenhuis een evengroot getal. Ik heb een officier van gezondheid verzocht naar de begraafplaats te komen voor het vaststellen van de doodsoorzaak en heb ik met mijn personeel de lijken gekist en daarna begraven. Ik behoef niet nader te omschrijven wat dit voor ons is geweest. Alles werd hier gebracht en niemand bekommerde er zich over. Ik heb met mijn personeel gedurende 14 dagen ± 16 uren per etmaal gewerkt. Dat dit werk vuil en gevaarlijk was, behoeft geen nader betoog. Eenige hospitaal-soldaten, die mij zouden helpen, legden al heel spoedig het bijltje er bij neer.

Tusschen al dit werk door, ontving ik nog opdracht namens den Duitschen bevelhebber twee graven, waarin 28 Duitsche militairen waren begraven te ontruimen en de kisten te openen om deze mannen nader te indentificeeren, waartoe een officier en stafarts en eenige manschappen aanwezig waren. Geen Duitsch militair is begraven dan na door een stafarts te zijn geschouwd en na bekomen last.

Tot heden (30 mei) zijn hier begraven in het gemeenschappelijk graf voor: Nederlandsche militairen 170 man en in dat voor Duitsche militairen 81 man terwijl dit aantal nog steeds toeneem door aan verwondingen overledenen.

Buiten al dit bijzondere werk liep het aantal begrafenissen van inwoners onzer stad buitengewoon op. Van 13 t/m 25 Mei beliep dit het getal van 110, het dubbele van normaal.

Door mijn personeel zijn gekist en daarna begraven 27 Nederlandsche en 68 Duitsche militairen, waartoe ik ingevolge besluit van de gehouden bijeenkomst kisten heb besteld en naar de begraafplaats doen voeren.

Het wil mij voorkomen, dat waar aan het personeel geen overwerk is uitbetaald en geen enkele vergoeding voor dat haast bovenmenschelijk werk is uitgekeerd, eenige tegemoetkoming wel op zijn plaats zou zijn.

w.g. Th.de Jong

This site was last modified on 09/07/2018 at 11:30. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2018