Vliegveld Ockenburg

Grenscompagnie Jagers te Monster/Kijkduin
Dhr. Cornelis (Kees) Meijer
Monster/Ter Heyde aan Zee,
Vrijdag 10 mei 1940.
dpl. SMA reserve grenscompagnie Jagers

Het was nog heel vroeg dien Vrijdagmorgen, toen ik na enkele uren geslapen te hebben, wakker werd door een geluid van meerdere vliegtuigen. De avond daaraan voorafgaande was al eigenaardig geweest en stemde mij niet tot gerustheid. Het was prachtig weer geweest. De compagnie had daar echter niet veel aan, want we mochten niet naar huis. Sinds enkele dagen was onze bewegingsvrijheid en ons verlof ingetrokken. De manschappen hadden weer stellingen ingenomen, eerst met halve bezetting, maar dien Donderdagavond werd de alarmstelling doorgegeven en moest alles in touw blijven. Ook op het compagniesbureau was alles nog op. Het bureau was gehuisvest in een groot burger woonhuis op het Hartmanplein 25 te Monster. In dit huis had de kapitein zijn bureau, de fourier zijn rustkamer (uitrustingskamer), de administrateur zijn bureau en verder slaapgelegenheid voor de fourier, voor mijzelf, voor het bureaupersoneel en enkele manschappen van de commandogroep. Feitelijk hoorde dit alles thuis in Ter Heyde aan Zee, waar de manschappen ook lagen nl. in twee gebouwen waarvan het grootste was het Israelitische gezondheidskoloniehuis en het andere was een groote kamer in Café "De Sport". Verder hadden we nog een huis in gebruik n.l. in de Pietersonstraat, dat diende voor wachtverblijf en van waaruit de posten bij de stellingen geregeld afgelost werden. Dit alles was slechts door de halve sterkte der compagnie bezet. De andere helft lag te Kijkduin gelegerd en had daar natuurlijk ook stellingen met de daarbij behoorende bezettingsdiensten. Dit gedeelte stond natuurlijk eveneens onder commando van onze kapitein, want het vormde één geheel. Aangezien mijn bevindingen echter in het begin alleen met Monster en Ter Heyde te maken hadden, is het niet noodig over de afdeeling Kijkduin verder uit te wijden.

Zooals ik reeds vermeldde, was dus dien Donderdagavond na tien uur alles nog op en volop in actie, niet wetendeen vermoedende wat de Vrijdag ons en ons land zou brengen. Ik zelf ben toen echter om ongeveer 12 uur naar mijn kamer gegaan om wat te slapen aangezien, zooals gewoonlijk, de Vrijdag altijd een drukke dag voor mij was, daar ik op dien dag soldij moest gaan halen bij den verplegingsofficier (intendance officier) te Scheveningen, welke functie echter werd waargenomen door een adjudant onderofficier der militaire administratie. Meestal ging ik daar per motor met bestuurder naartoe. Uiteraard ontstond door de afstand al een benoodigde percentage aan tijd. Na ontvangst van het bedrag van de soldij en afhandeling van andere administratieve handelingen, moest ik meestal nog naar kamp Waalsdorp, waar het mobilisatiebureau van het Regiment Jagers gevestigd was en waar onze compagnie voor het grootste percentage ook geregistreerd was. Vandaar weer terug naar de binnenstad om het geld voor de soldij te wisselen in het benoodigde kleingeld, hetgeen ik de laatste tijd deed bij de Amsterdamsche Bank, bijbank Lange Voorhout 4. Vandaar reden we dan naar mijn huis in Loosduinen, waar wij steeds onze boterham gingen gebruiken op dien Vrijdagen, aangezien de morgen dan intusschen voorbij was. Van huis vertrokken wij dan naar Kijkduin, waar ik begon met de uitbetaling van de soldij. Na voorts nog administratievezaken te hebben afgehandeld, reden we vandaar weer naar Monster terug en kwamen dan meestal plusminus 2 uur aan. De Vrijdag 10 mei 1940 zou echter heel anders verloopen.

Uitbetalen soldij
(foto is genomen op 14-7-1939 te Kijkduin tijdens het uitbetalen van de soldij. Aan de tafel, in het midden, zit sergeant-majoor administrateur C. Meijer)

Ik keer nu weer in mijn verhaal terug naar mijn eerste zin, waarin ik vertelde dat ik in mijn slaap wakker werd door het gegons van meerdere vliegtuigen. Toen het geluid wat verder afging en vrijwel verdwenen was, dacht ik er verder niet over na en ging weer slapen. Korten tijd later werd ik echter weer wakker door de vliegtuigen en nu stond ik op en daar het geheel licht was geworden waren ze thans ook zichtbaar en was tevens zichtbaar dat er op geschoten werd, gezien de vele rookpluimen, die rondom de vliegtuigen duidelijk te zien waren. Dit moest dus iets bijzonders zijn en ik kleedde mij dan ook aan en ging naar beneden, waar degene die op waren eveneens de vliegtuigen met buitengewone belangstelling nazagen. Ook waren al veel burgers van het Hartmanplein in de vroege morgen buiten en keken naar de lucht. Zij waren eveneens gewekt door de vliegtuigen. Niemand dacht echter op dat oogenblik direkt aan het ergste nl. aan oorlog. De gedachte van een terugkerend groot aantal vliegtuigen van Duitsland, die een aanval op Engeland hadden gedaan en wellicht langs de kortste weg dit wilde probeeren vond wel de meeste ingang bij de menschen. Ook werd gedacht aan een groote oefening, wat echter wel twijfelachtig leek. We kwamen echter op de gedachte de radio eens aan te zetten en toen hoorden we voor 8 uur al berichten van de luchtmachtdienst, die ons niet langer in twijfel lieten: ons land was in oorlog met Duitschland. Het duurde trouwens niet lang meer of de officiële bekendmaking werd medegedeeld. Berichten van overschrijding van de grens door troepen en het neerdalen van parachutisten volgden op elkander. Ook kwamen thans telefonische berichten binnen van het Stafkwartier in Wateringen (Groep 'sGravenhage Westfront, Vesting Holland, Commandant Luitenant Kolonel T. Beets).

Diverse aangelegenheden volgden nu op en door elkander. De volgorde weet ik niet precies meer. Dit doet er ook trouwens niet toe. Intusschen waren de vliegtuigen nog volop in de lucht. Steeds dichter kwamen zij bij, ook steeds lager. Weldra vlogen ze op betrekkelijk geringe hoogte over de gehele streek heen. Daar tusschendoor vlogen enkele Nederlandsche jachtvliegtuigen, die de strijd moesten aanbinden in de lucht. Ook was het luchtafweer nog steeds volop in werking in de richting Delft en verdere omgeving. Onze compagnie behoefde niet onverwachts nu met de oorlog in alarm te komen, want de stellingen waren reeds door het intrekken van de verloven bezet en de compagnie was dus reeds gevechtsklaar, toen het bekend werd, dat er oorlog was. Toen danook de Duitsche vliegtuigen dusdanig laag langs de kust en over de stellingen vlogen, werd natuurlijk met de mitrailleurs en de geweren vanuit de stellingen geschoten. De uitwerking van het lichte materiaal is echter maar zeer gering op die zware vliegtuigen. Toch werd bij mijn terugkeer van mijn krijgsgevangenschap verteld dat ze een vliegtuig naar beneden hadden gehaald. De vliegtuigen schoten op hun beurt met mitrailleurs terug en de kogels floten over de stellingen en over het koloniehuis heen zoodat, terwijl de menagemeester telefonisch vanuit het Koloniehuis met mij sprak, het gesprek moest verbreken, aangezien hij bij het toestel niet meer veilig stond voor de kogels en zich verder in het gebouw terugtrok. Ook de telefonische verbinding met Kijkduin was nog in orde. Het spreekt vanzelf, dat wij op het bureau ook de noodige maatregelen hadden genomen. Een van de eerste dingen was onze uitrusting geheel gevechtsklaar te maken en ook onze pistolen en geweren onmiddellijk tot schieten gereed te hebben. De fourier moest natuurlijk zorgen, dat de munitie in de stellingen aangevuld werd van de voorraad want er was al gauw heel wat de lucht in gegaan. Ook deden zich nu het oorlog was allerlei andere vragen voor bv. Hoe moest de compagnie gevoed worden, hoe ging het met het soldij, het was immers juist vrijdag, kon dat nog vanuit Scheveningen gebeuren? Hoe moest verder de administratie loopen? enz. enz. enz. Een andere moeilijkheid was nog deze: Was het verantwoord om de korporaal Rietveld die onze compagniesfacteur was, nog naar Den Haag te laten gaan? Besloten werd, dat hij zou gaan. We hebben toen nog een paar briefkaarten geschreven voor huis, waarin vermeld stond, dat tot nu toe alles nog goed was. Deze kaarten zijn dinsdags daaropvolgende door de post besteld! Zoo vertrok Rietveld, per fiets, gewapend natuurlijk, om ± 8 uur. Ik heb hem niet meer teruggezien dan na 2 weken verder.

De menagemeester sergeant Oberg was misschien op een gunstig oogenblik van de kolonie naar het bureau gekomen om te beslissen wat er met de voeding van de compagnie moest gebeuren. De adjudant te Scheveningen deelde mede, dat hij maar moest probeeren naar Scheveningen te komen, dan kon er afgehandeld worden. Dus moest Oberg ook op pad. De motor was natuurlijk daarvoor niet beschikbaar, die was steeds bij de commandopost waar onze kapitein ook al die tijd al was. Dus vertrok sergeant Oberg per fiets en gewapend naar Scheveningen. Hij zou daar echter nooit aankomen. Toch heb ik hem om ± half negen dien vrijdag terug gezien, maar toen waren geen van beiden meer vrij. Hij was echter nog maar een kleine poos weg, toen de motorordonnans voorreedt en naar sergeant Oberg vroeg. De kapitein wilde hem spreken. De motorordonnans is toen nog Oberg achterna gegaan, maar heeft hem niet meer kunnen vinden.. Met al deze beslommeringen hadden wij aan eten niet gedacht maar naarmate het later werd, kregen we toch trek. De buren zorgden echter, dat wij aan niets tekort kwamen. Trouwens gedurende de geheele tijd, dat wij in Monster hebben gelegen, hebben we steeds alle medewerking van hun ontvangen. Van hun kwam ook dien morgen het bericht dat de watertoren van de Westlandsche Drinkwaterleiding Maatschappij tusschen Loosduinen en Monster gelegen, in brand stond, zoodat het noodzakelijk was water af te tappen. Inderdaad was boven op het balcon zichtbaar dat geweldig veel rook bij de watertoren opsteeg. Gelukkig bleek naderhand dat het loos alarm was geweest. Het duinterrein in die omgeving was in brand geraakt door het schieten. Met de gevolgen van de oorlog zouden we al gauw kennismaken. Want in de lucht werden weldra eenige onzer gevechtsvliegtuigen door de Duitsche neergeschoten en we zagen ze brandend naar beneden storten met het gevolg van dooden en gewonden. We zouden echter met de verschrikkingen van den oorlog nog dichterbij kennismaken.

Daar kwam onze fourier Becue van de kust terug op het bureau met een ontsteld gezicht maar met de nog ontstellender mededeeling, dat onze reserve 2e luitenant Jaspers doodgeschoten was door eigen vuur. Hij gaf dus wel op zeer tragische wijze zijn leven voor het vaderland. De luitenant Jaspers bleek met een groep manschappen het duinterrein te zijn ingetrokken. Zoo voorttrekkende aan het hoofd van deze kleine groep ontmoette hij een andere groep militairen, niet van onze compagnie maar van het bataljon Jagers ook uit Monster. In verband met de meldingen van het landen van Duitsche troepen in Hollandsche uniformen of andere kleeding riep hij voor alle zekerheid de andere groep toe: "Is het safe" en door deze woorden met een echt Limburgsch accent uitsprekende werd de andere groep geheel in de war, ook al zenuwachtig door de meldingen, en opende het vuur op onze jongens waardoor als eerste onze luitenant doodelijk werd getroffen terwijl de andere jongens maar nauwelijks konden ontkomen aan de kogels door met hard schreeuwen en veel gebaar kenbaar te maken dat het eigen troepen waren. Wel een zeer tragisch einde van nog zoo'n zeer jong leven. We waren dan ook zeer onder den indruk van het verhaal van Becue, die de luitenant zijn helm en klewang bracht. Onze luitenant Jaspers rust nu in zijn mooie geboortestreek waarschijnlijk dicht bij zijn huis in Zuid Limburg in zijn laatste rustplaats hier op aarde. Maar het leven gaat verder en het was nog oorlog en was pas de eerste morgen van den eersten oorlogsdag. We hadden met de hardheid van den oorlog kennis gemaakt en we moesten verder. Zooals ik al schreef waren onze geweren en onze pistolen tot onmiddellijk schieten gereed. Ik vond het ook noodig, dat korporaal Bakker voorloopig bij het bureau van den compagniecommandant plaats nam, om zoodoende het achterterrein in het oog te hebben, want achter onze huizenrij was vrij veld; terwijl ik voor ons huis soldaat Dijkman liet posten. Wat voor militaire berichten alzoo telefonisch dien morgen in en uitgingen, weet ik niet meer. Er is heel wat gebeld vooral over munitievoorziening. Niemand op het stafkwartier wist, hoe we eraan moesten komen. We moesten maar zien, dat we het kregen ergens in de omgeving. Na veel gebel lukte het ons met het stafkwartier van het regiment Jagers te Naaldwijk tot een overeenkomst te komen. We konden hun munitie krijgen maar we moesten ze zelf halen. Nu dat kon, want we hadden een militaire vrachtauto en chauffeur. De aangewezen man als leider was onze fourier Becue. Zoo vertrok deze dus met de chauffeur van Straten en de hulpfourier Plugge naar Naaldwijk. Onder welke omstandigheden ik ze terug zou zien, altans twee van hun, had ik toen niet kunnen vermoeden. Een andere medewerking kregen we ook nog door toevoeging van 2 secties zware mitrailleurs uit 'sGravenzande van een bataljon Jagers aldaar. Intusschen was de morgen al verstreken en ik begon weer eens aan mijn administratie te denken, wat daar nu in oorlogstijd wel mee moest gebeuren. Zoo zal het dus ongeveer twaalf uur geweest zijn, toen ik Scheveningen opbelde en naar de adjudant-onderofficier administrateur Van Noordhuizen vroeg. Deze was echter niet aanwezig en ik kreeg zijn hulp de Korporaal Violet aan de lijn. Hij zei mij over een half uur nog maar eens op te bellen. Om ± half een weer gebeld en gesproken met de adjudant. Op mijn vraag of sergeant Oberg (de menagemeester) was aangekomen werd ontkennend geantwoord en de adjudant zei mij, dat ik erop rekenen kon, dat sergeant Oberg krijgsgevangen was, altans niet meer in staat zijn plicht te vervullen. Wat toen moest gebeuren? Wel, zei de adjudant, je maakt dat je om twee uur hier bij mij bent. Dat was gemakkelijker gezegd, dan gedaan waar het bleek dat de weg direct tusschen Monster - Den Haag/Scheveningen niet meer veilig was. De adjudant gaf mij toen op te komen via Poeldijk, Wateringen, Rijswijk, Den Haag/Scheveningen. Welk een ontgoocheling dit zou geven, zal wel gauw blijken uit het verdere. De adjudant had ook gezegd, dat ik een auto kon vorderen om te kunnen vertrekken. We hadden nog een militaire chauffeur over nl. Bruyn Plomp die ik opdracht gaf een auto te vorderen of een ander vervoermiddel. Weldra kwam hij terug met een personenauto gevorderd bij van Geest, Rijnweg 151 te Monster. Zoo konden we dus al gauw vertrekken om ± één uur. Volledig uitgerust met helm, gasmasker, koppel, klewang, pistool, patroontasch, broodzak en mijn actetasch met de noodige administratie.

Daar wij nog eerst nog benzine noodig hadden voor deze tocht, reden we via Rijnweg, Heydschenweg, Zeestraat, Kerkplein, Choorstraat waar we benzine geladen hebben bij van den Burg Choorstraat 19 Monster. Vervolgens de Choorstraat uitgereden, waar nog gepasseerd een fouragewagen van het bataljon Jagers, waarbij sergeant Ket. Wij groeten elkander nog maar hebben elkaar niet gesproken. De Choorstraat uitrijdende kwamen we op de Poeldijkscheweg en we naderden reeds het kruispunt, dat deze weg hier vormt met de Molenweg en de Zwartendijk, toen we bemerkten dat op dit kruispunt militairen stonden die zoo zullen we beiden wel gedacht hebben, natuurlijk Hollanders waren. Op dat zelfde oogenblik bemerkten we echter dat het geen Hollandsche militairen waren, want het stopteken dat gegeven werd en toeroepen, bleken maar als te duidelijk afkomstig te zijn van Duitschen militairen. Dat dit alles vlugger geschiedde dan hier neergeschreven kan worden, dat is logisch. Want toen ik twijfelde of het wel in orde was, omdat ik die militairen met roode doeken zag loopen, die ik bij ons leger nooit gezien had, toen was het te laat om nog iets te doen, want op hetzelfde ogenblik, waren we op het kruispunt, moesten we stoppen, waren de geweren en revolvers op ons gericht, moesten we uitstappen, handen omhoog, werden we ontwapend en moesten we mee de Molenweg op, waar natuurlijk nog meer Duitsche militairen zich bevonden.Vrijdag 10 mei 1940.
± 13.30 krijgsgevangen. Kruising weg Monster - Poeldijk, Monster - Naaldwijk.
(dan volgt een beschrijving van de route die hij als krijgsgevangene lopend heeft gevolgd)
Richting molen, weg naar Loosduinen, linksaf, slaperdijk over, duinen door, bosch door achter watertoren, overnacht in Ockenburg.

Zaterdag 11 mei 1940.
De dag in de bosschen doorgebracht. 's Avonds vertrokken uit bosch naar monsterseweg - madestein, maepolder door, polderlaan Leugebrug, verder langs de Wen tot weg Poeldijk - Wateringen hierlangs naar Wateringen, gevechten, V.I.O.S.

Zondag 12 mei 1940, Pinksteren.
Van Wateringen langs Dorpskade de polder in, ........ hoogeheul, linksaf binnendoor langs Eendracht naar groote weg de Lier - Delft ge...... in Den Hoorn.

Maandag 13 mei 1940 t/m 15 mei 1940..
Op maandag van Den Hoorn terug de polder in richting Schipluiden ...... op boerderij na volgende ........... tot 's avonds gebleven, weg Delft - Schipluiden, langs tramlijn naar Schipluiden, over de weg naar Kethel, ondergebracht in boerderij, gevechten, tusschen vuren gestaan, vertrokken ......naar Overschie, gelegerd in meelmolen Ons Belang, aldaar gebleven, zware aanval, vluchten naar huisjes, aldaar overnachten.

Donderdag 16 mei 1940.
Terug naar meelmolen. 'smiddags vertrokken naar Park Rotterdam, verder naar Muller & Co.

Vrijdag 17 t/m 22 mei 1940.
Muller & Co.

Donderdag 23 mei 1940.
Terug te Monster van Rotterdam. ± 6 uur

This site was last modified on 04/12/2018 at 22:20. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2018