Vliegveld Ockenburg

Grenadier neemt Duitse para gevangen
Dhr. P. Poot
Vlaardingen, 17 oktober 2004 (Piet Poot 1916).

Ik moest 25 augustus 1939 opkomen voor militaire dienst in de Cornelis Jolstraat in Scheveningen. Na een paar dagen werd ik ingedeeld bij de Grenadiers, met een keukenwagen en 2 paarden ervoor, auto's waren er heel weinig in die tijd. Omdat ik bereden artillerist was. De Grenadiers werden geplaatst in een school 150 man ik meen dat het de Zonnebloemstraat was. Daar vlak tegenover waren bosjes en daar in een oude schuur werd ik ingedeeld met nog ongeveer 20 man bereden militairen. Wij moesten alle voor het vervoer zorgen van munitie, eten, enz. enz. alles met paard en wagen. Het lijkt nu anthiek. Maar nu de oorlog. Ik was toevallig stalwacht toen de oorlog uitbrak. 's Morgens half vier, je mocht natuurlijk niet slapen op wacht. Was ik de enige die wakker was. Ik hoorde een hele hoop vliegtuigen aankomen, en ik vlugger als nu ik nl. 88 jaar nu. Ik zat binnen 2 minuten op het dak en zag daar honderden parachutes afwerpen ik keek mijn ogen uit. Allemaal begeleid door jagers. Of ze mij zagen zitten vermoed ik. Kwamen 2 jagers op mij afzetten, en schoten misschien wel honderden kogels op mij af. De pannen vlogen van het dak, verschrikkelijk en niet een kogel raakte mij onbegrijpelijk. Dus vliegensvlug ik naar beneden alles wakker gemaakt. Er was helemaal geen alarm gegeven van de grens ofzo. Allemaal verraad natuurlijk. Onze Kapitein dienstplichtig Muller Massis heette hij, commandeerde allemaal naar het vliegveld. Een dapper man hij was de eerste ongeveer die in z'n buik geschoten werd maar heeft het overleefd. Maar ik en de bijrijder moesten de paarden inspannen dus dat duurde wel even en als keukenwagen bofte ik dat ik altijd wat achter in zat vanwege de etenswaar. Dus wij gingen iets later weg, onderweg beleefde we nog iets geks, vlak bij Ockenburg komen er twee jagers aan, wij schieten vliegensvlug onder een paar bomen, en daar liggen twee vrouwen heel angstig op de weg. Waar moeten we heen, ik zeg schiet maar onder de keukenwagen en wij tweeën boven op die vrouwen en weer geen kogel die ons raakten. Wij hebben later er nog veel om gelachen. Maar als je in nood zit doe je rare dingen. Maar je die maat is al zeker een jaar of toen dood, dus kunnen we daar niet meer om lachen.

Maar aangekomen bij het vliegveld was het een herrie van jewelste. Maar daar waren zoveel soldaten (Hollanders), dat er was geen doorkomen aan en bovendien stond de artillerie van ons in Poeldijk en die vuurde met de kanonnen over ons heen op de vliegtuigen die daalde. Horen en zien verging. Er werden er 42 in elkaar geschoten plus ik weet niet hoeveel parachutisten. Mijn vader is een paar dagen naar mij komen zoeken en die heeft het spul nog gezien. En toen was de oorlog voor ons ongeveer afgelopen. Maar de derde dag was alles vrij rustig in het bos. Ik stond met de twee paarden en de keukenwagen onder een hele dikke kastanjeboom kort bij die grote witte villa, als u bekend bent daar weet u wat ik bedoel.

Ik stond daar helemaal alleen drie man van de koks waren op zoek naar eten. Toen zag ik plotseling een paar takken bewegen van een boom 40 meter ongeveer. Ik kijk goed en ziet daar een Duitser naar beneden komen. Ik pak m'n karabijn die tegen de boom stond geladen en wel, en richtte op de mof. Ik riep handen omhoog. En laat hij het doen ook. Hij gooide z'n mitrailleur neer en ik wenkte kom maar. Toen kwam hij hard aanlopen en riep dorst, dorst. Ik had 40 liter water staan bij de wagen. Toen hij drie grote deksels uit gedronken. Ik kon aardig duits verstaan gelukkig maar toen hij vlak bij kwam was het een ventje van 18 jaar. Doodskop op z'n pet. Hij kwam uit Opper-Silezie vlak bij Polen vandaan. Ik zeg maak je tassen maar leeg, daar kwam uit chocolade blikjes eten een heel groot opbouwbaar mes 5 condooms er was overal op gerekend. Ik denk wat moet ik met die man gaan doen. Eerst zij hij nog 's morgens stonden jullie nog met vier man bij de wagen. Toen dorst ik niet te komen, maar toen jij alleen stond heb ik het maar gewaagd. En nu leven wij alle twee nog. En dat was het verhaal van de Duitser. Later dacht ik nog nou kun je zo'n mens wel doodschieten, want je had zo'n verschrikkelijk hekel aan die moffen. Maar toch was ik later blij dat ik het niet gedaan heb, maar ja ik was bezig met waar laat ik die man. Nu in de grote villa vlakbij zat de staf van ons dus bracht ik hem daar maar. Ik kom daar om de hoek stonden daar een paar soldaten en een luitenant, daar een heel hoeraatje op. Daar komt Piet Poot aan met een mof. Hoe kom je daar zo aan in je eentje. Ik zei natuurlijk zo en zo, nou het was prima zeiden ze want die gaan vanavond nog mee naar Engeland. Er ligt een boot in Hoek van Holland en kan die gelijk nog mee!

Dit is dan het hele verhaal naar waarheid verteld, meer weet ik niet.

w.g. Piet Poot

This site was last modified on 09/07/2018 at 11:30. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2018