Vliegveld Ockenburg

Gevechten bij Ockenburgh
door Danny Verbaan
uit: "De Haagsche Courant"

Vijftig jaar geleden raakte Nederland betrokken in de Tweede Wereldoorlog. De rubriek Haagsche Dingen Toen blikt gedurende zes achtereenvolgende weken terug op die periode. Vandaag aflevering 2: De Duitsers vallen Den Haag aan.

Een daverende klap haalde de soldaten in de Montessorischool aan de Laan van Poot in één keer uit hun slaap. Het Nederlandse luchtdoelgeschut, dat voor de deur stond, had het vuur geopend op de vloot voorbij trekkende Duitse vliegtuigen. Iedereen rende naar de ramen. Die zijn op weg naar Engeland, zo dachten de militairen nog. Het was 10 mei 1940. De Duitsers overschreden op diverse punten de Nederlandse grenzen. Nederland verkeerde plots in staat van oorlog. Ordonnans T. van Oosten uit Loosduinen zette ogenblikkelijk op de kamer de radio aan. Verbijsterd hoorden de soldaten wat er aan de hand was. "Met mijn karabijn begon ik op de vliegtuigen te schieten", herinnert zich Van Oosten. "Ik was des duivels". Van Oosten (nu 81) zat bij het regiment Grenadiers: hij was opgeroepen in het kader van de mobilisatie". Met ongeveer honderdvijftig andere militairen werd de Loosduiner ondergebracht in de Montessorischool. Als vervoermiddel voor zijn ordonnance-werk kreeg hij een fiets. "Een spiksplinternieuwe Fongers die we speciaal uit een winkel op de hoek van de Laan van Meerdervoort, Zoutmanstraat hebben gehaald. Daarna is hij groen geverfd".

Lichtsignalen
Een dag voor het uitbreken van de oorlog zinderde het op de een of andere manier al in de omgeving van Ockenburgh. Alle verloven ware ingetrokken. De stralenbundel van de vuurtoren van Scheveningen moest worden gedoofd op de last van de autoriteiten. Ook van wijzerplaten op kerktorens gingen de verlichting uit. Enkele posten meldden 's avonds dat er geheimzinnige lichtsignalen  werden gegeven vanuit de duinen. Een zekere luitenant Rodermond zag hoe iemand bij een fabriek aan het eind van de Laan van Meerdervoort met een rode lamp zwaaide, hoewel ijlings ingeschakelde patrouilles niets konden ontdekken. Nog geen halve dag later was aan illusies over het behoud van de neutraliteit een eind gekomen. Het aanzwellende gebrom van zware vliegtuigen boorde zich door de broze stilte van de ochtend. De Luftwaffe rolde een bommentapijt over de vliegvelden Valkenburg en Ypenburg. Parachutisten zweefden even later op diverse plaatsen door het luchtruim. Opdracht: het gevangen nemen van de koninging en de regering.

Mitrailleurs
Van Oosten en zijn maten wreven zich ondertussen de ogen uit. Even later ontvingen de Grenadiers granaten en munitie en moesten ze oprukken richting Ockenburgh. Het Nederlandse leger had daar een militair vliegveld ingericht op de huidige plek van de camping en het sportveld. Zesennegentig man deed er wat ze kon, maar ze beschikten slechts over geweren en drie lichte mitrailleurs. Waarvan er een al na het eerste het beste schot verder schietwerk weigerde. Een ongelijke strijd die al snel uitviel in het voordeel van de vijand. De eenheid waartoe Van Oosten behoorde, marcheerde eerst door Meer en Bosch in de omgeving van de huidige Mozartlaan en de Aaltje Noorderwierstraat. Een van de soldaten schoot per ongeluk in de bil zijn voorganger, meldde Van Oosten ongeveer dertig jaar geleden in een verslag over die dagen. Opeens vlogen de kogels de oprukkende Nederlanders om de oren. Op dat moment realiseerden ze zich dat hun zorgvuldig gepoetste fungeerden als makkelijk te herkennen schietschijven. "Daarom werden ze met geweervet ingesmeerd en in het zand gedompeld". Toen ging het beter", schreef Van Oosten destijds. Tijdens de expeditie ging een kapitein ook nog eens wijdbeens op een helling staan om kloekmoedig met zijn verrekijker het gebied af te tasten. Een kogel boorde zich dwars door zijn zij. Een ordonnans schrok en nam de benen, al struikelend over prikkeldraad en greppels.

Aardedonker
Ondanks alles zagen de Nederlandse troepen kans om diverse aanvallen af te slaan; de Duitsers slaagden er niet in om Loosduinen in te nemen. Vliegtuigen werden uit de lucht geplukt, militairen (van de beide partijen) uitgeschakeld. Vliegveld Ockenburgh moest weer in Nederlandse handen komen, zo luidde later op de dag de opdracht. "Dat lukte", weet Van Oosten. "Velen gaven zich over. De rest vluchtte het bos in maar we mochten er niet achteraan. We moesten eerst gaan eten". 's Avonds bracht hij met zijn fiets een bericht naar de Laan van Poot. Op de terugweg maakte een angstig gevoel zich van hem meester. Het was aardedonker en overal lagen de lichamen van slachtoffers. Er klonk een schot en Van Oosten dook op de grond. Voorzichtig ging hij verder. Zijn Fongers bleef ergens achter haken en plofte in het zand. Opnieuw hoorde hij geweervuur. De ordonnans durfde niet verder en werd tegelijkertijd overmand door vermoeidheid. Hij besloot de nacht door te brengen in de beschutting van een heuveltje. In de ochtendschemering kwamen enkele militairen naar hem toe. Of Van Oosten wel wist waar hij had gelegen, vroegen ze hem; onder het zand bleek een op de eerste oorlogsdag gesneuvelde kapitein te liggen. Provisorisch begraven tussen de gevechtshandelingen door. Geheel van streek meldde Van Oosten zich even later bij zijn kapitein. De tweede dag bouwden de Grenadiers stellingen in de duinen. Van Oosten zag kans om nog even op huis aan te gaan. De dag erop kregen ze  de opdracht de Duitsers uit het bos te jagen, maar die waren inmiddels op eigen gelegenheid vertrokken. De militairen moesten zich gereed maken voor het vertrek naar Rotterdam, waar ze de andere troepen te hulp zouden komen. "Die order is nooit gekomen". Rond middernacht werd Van Oosten naar Bloemendaal gestuurd. In zijn onnozelheid vertelde ordonnans aan de verantwoordelijke officier dat hij bij de poorten helemaal geen soldaten had gezien. De man reageerde verbolgen en zei dat hij dan maar moest gaan wachtlopen. "Even later hoorde ik vreselijk gebrom van motoren. Het was de marechaussee met een stoet auto's. Ze hadden de koningin weggebracht naar Hoek van Holland. Daarna kwam er een fietser aan. Was het m'n eigen kapitein, die kwam kijken waar ik bleef".

Oorlogsbodem
De Loosduiner vertelt hoe 's ochtends een Engelse oorlogsbodem uit de nevels opdoemde. Grappend zeiden de soldaten dat die zeker de koningin kwam terugbrengen. Plotseling echter nam het schip de stellingen onder vuur, waarschijnlijk omdat het vermoeden bestond dat de Duitsers zich er hadden ingegraven. Alle zorgvuldig neergelegde camouflage was na de inslagen meteen verdwenen, aldus Van Oosten. Na die onverhoedse aanval bleef het rustig. Iedereen meende dat het Nederlandse leger er niet slecht voor stond; de vijand was immers in geen velden of wegen meer te zien.  De ontnuchtering kwam op het moment dat een motorordonnans met de officiële melding kwam dat de oorlog voorbij was. Van Oosten moest het trieste bericht doorgeven aan de diverse stellingen. De verslagenheid was groot. Een vaandrig geloofde hem niet, trok zijn revolver en zei dat hij geen behoefte had aan grapjes. "Opeens gingen de straatverlicht en de vuurtoren weer branden. Toen was hij er ook van overtuigd dat het afgelopen was".

Bron: 'De slag om de 'Residentie 1940' van E.H. Brongers en andere werken.

This site was last modified on 22/10/2018 at 15:00. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2018